‘Kutmarokkaantjes’


Een hele tijd geleden vergat Rob Oudkerk (PvdA) dat zijn microfoon open stond en daardoor voor iedereen duidelijk was te horen wat hij zei: “kutmarokkaantjes”. Het ging, als ik mij goed herinner, over een groep van ongeveer 600 jongeren die de binnenstad van Amsterdam terroriseerden. Marokkaanse Nederlanders of Nederlanders van Marokkaanse komaf. Allochtone jongeren noemden we ze toen, geloof ik, en dat was even later ook weer fout. Dus ik noem ze maar gewoon rotjochies. Het maakt namelijk niks uit hóe je ze noemt, waar ze vandaan komen of waar ze naartoe gaan, het gaat erom wát ze doen. Als het 600 Limburgers waren geweest, waren het kutlimburgers geweest. Als ik vroeger weer eens een bal door de ruit van de buren had gejenst, dan was ik ook dat rotjong of straatschoffie van ‘hiernaast’. Hij zei het niet om alle Marokkanen over een kam te scheren (stigmatiseren heet dat; ik krijg jeuk van dat woord). Hij baalde ervan dat Amsterdam niet bij machte was dat probleem de kop in te drukken. Zo van: hemel, niet wéér ‘hen’. Krijg ik wéér al dat gezeik over me heen van iedereen die er wat van moet vinden. Uiteindelijk kreeg hij meer dan verwacht, vanwege die duivelse microfoon.

Het gaat in dit stuk niet over die rotjochies. Maar het heeft er wel mee te maken. Het gaat over bang zijn, om de hete brij heendraaien, halfslachtige maatregelen en racisme. Weer eens actueel door homofobe agressie (2x op rij) van rotjochies. Weer eens actueel omdat het al 4 decennia lang met golfbewegingen terugkomt en er eigenlijk niks is veranderd.

Waarom niet?

Niet omdat er Marokkanen in Nederland zijn in ieder geval. Wel door Nederlanders zelf en hun steeds maar wisselende houding tegenover ‘buitenlanders’. Femke Halsema is de laatste tijd aardig wat keer op TV geweest. Elke keer als zij vragen kreeg over die ‘rotjochies’, wrong ze zich in allerlei bochten om maar niet te zeggen dat het om jongeren van Marokkaanse komaf ging. Waarom nou niet? Waarom zo spastisch doen over iets dat simpelweg waar is? Omdat zij, vermoed ik, geen trek heeft in de storm van commentaar die ze gaat krijgen als ze dat wel zou zeggen. Discriminatie is namelijk ‘hot’ op dit moment. En daar moet je natuurlijk nóóit mee geassocieerd kunnen worden. Als groen uit de mode is, moet je niet krampachtig proberen te zeggen dat het eigenlijk blauwig geel is. Je hoeft ook niet als een Wilders Olifant door de Marokkaanse Porseleinkast heen te razen, maar je moet te allen tijde kunnen zeggen wat iets ís.

“Wat zijn wij Nederlanders toch een zeikerig klotevolk geworden”.

Ik citeer hier mijzelf. Een paar dagen geleden reageerde ik zo op onderbuikgemekker op twitter. Dat is natuurlijk stigmatiserend (blèh) en zelfs racistisch. Ik scheer hier elke blanke Nederlander over één kam. Belachelijk natuurlijk. Geen haan die er naar kraaide. Niemand voelde zich aangesproken. Ik kreeg er zelfs likes op. Go figure. De reden dat het misgaat is dat we steeds maar weer wisselend reageren op dezelfde problemen. Elke 4 jaar een nieuw beleid, gebaseerd op de waan van de dag. Laat staan het verwarrende gemeentelijke beleid dat in elke gemeente weer anders is. Niemand weet meer wat ‘politiek correct’ is. Ik wel. Politiek correct is doen wat juist is, altijd. Dus niet naar de waan van de dag of omdat toevallig iemand een onderwerp tot mode heeft verklaard.

Wat te doen, wat te doen…

We worden de afgelopen tijd overspoeld met meningen, blogs, columns, artikelen en nieuwsberichten over racisme, integratie en aanverwante onderwerpen. Wat mij opvalt is dat alle schrijvers prachtige dingen schrijven over persoonlijke ervaringen, ervaringen die via YouTube tot ons komen en mooie analyses. Maar nergens ook maar een begin van een gedachte over oplossingen. Niemand waagt zich eraan. Laat duidelijk zijn dat de oplossingen die Wilders en Baudet voorstaan, ik niet als oplossing zie. Alles wat je niet bevalt er maar uitflikkeren is niet de oplossing. Alleen al niet omdat het wettelijk onmogelijke aanpassingen vereist. Wat dan wel te doen?

Een simpele poging:

Allereerst moeten we erkennen dat er grofweg 2 soorten racisme zijn. Namelijk de racist in ons allemaal, zonder uitzondering, en het praktiserend racisme. Ja, iedereen heeft en racist in zich. Bij verreweg de meeste mensen is het geen rottende tumor die regelmatig uitgeknepen wordt, maar onbedoeld en vaak ongemerkt racisme. Het relatief onschuldige racisme in de trend van: wat de boer niet kent, vreet ie niet. Angst voor het onbekende, zeg maar. Wie heeft er nooit iets uitgeflapt als: ‘daar heb je die boeren weer’ of ‘dat is dat tuig van verderop’ of ‘ze is zeker blond’. Ik heb een tijdje in de Bijlmermeer gewoond en gewerkt. Regelmatig bezocht ik een café waar een vriend van mij achter de bar werkte. Het was een ware meltingpot. Nederlanders, Arubanen, Curaçaoënaars, Surinamers en ook blanke autochtonen. Curaçaoënaars discrimineerden Arubanen. Niet te vertrouwen waren ze. Nooit zouden Curaçaoënaars samenwerken met Arubanen. Alles voor geld doen ze. Zo werd mij steeds weer bezworen.

Ander voorbeeld: ik had vroeger een baas die homo is. Schat van een man en nog intelligent ook. Hij haatte homo’s. Niet hun geaardheid. Maar hun manier van doen. Hij vond dat homo’s zich net zo moesten gedragen als de rest van Nederland. Zonder dat ‘overdreven homogedoe’. Hij was wel consequent. Aan hem was niet te zien of te horen dat hij homo is. Met zichtbare afkeer kon hij naar homo’s kijken die hun geaardheid overdreven ten toon stelden. Het moet niet gekker worden. Homo discrimineert homo’s.

Laatste voorbeeld: Ik heb een hele tijd in de logistiek gewerkt. Op een gegeven moment werd ik gevraagd mede-eigenaar te worden van een klein transportbedrijf. De twee eigenaren waren een blanke Nederlander en een Marokkaanse Nederlander. De blanke Nederlander was de oprichter en, naar later bleek, een enorme racist. Zijn haat was vooral gericht richting Marokkanen. De Marokkaanse man was dat ook. De Marokkaanse eigenaar weigerde Marokkanen aan te nemen, omdat hij wist ‘hoe ze in elkaar zaten en ons vroeg of laat zouden belazeren’. Hij was toen een jaar of 25 en opgevoed als, en belijdend moslim. In zijn vrije tijd ging hij vrijwel alleen met andere Marokkanen om en deed zelf zo’n beetje alles wat Allah had verboden. Wel was hij de vrome moslim naar zijn eigen gemeenschap toe. Alsook naar familie. Schone schijn. Volgens zijn zeggen waren vrijwel alle Marokkanen van zijn generatie zo. Standaard had hij een pot Viagra en een display aan condooms bij zich. Helaas moet ik dat beeld bevestigen als het gaat over de enkele tientallen Marokkanen die bij ons in dienst zijn geweest. Een uitzondering daargelaten. Maakt die constatering mij een racist? Nee, natuurlijk niet. Ik zie wat het is en zeg wat het is. Binnen het bereik dat ik kan overzien. Wat misschien jammer is, is dat ik zelden de behoefte heb gehad deze mensen beter te leren kennen. Dat heeft echter niets met hen te maken, maar met mij. Mensen in het algemeen stimuleren mij meestal niet ze beter te leren kennen. Karaktertrek van me, denk ik.

En nu graag to-the-point, ja.

Tegen racisme en daaruit voortvloeiend geweld moet altijd aangifte worden gedaan. Strafmaat moet omhoog. Als het jongeren betreft, behalve straf ook verplicht fatsoenscursus o.i.d. Onderzoek naar de thuissituatie. Is de verdachte met haat, homofobie of anderszins radicaal gedachtegoed opgevoed? Dan ook de ouders op cursus. Verplicht. Dit klinkt allemaal nogal kort door de bocht. Maar 4 decennia aan politiek onvermogen vraagt enige radicale correctie. En dit is nog maar het begin. Want…

Er moet natuurlijk nog veel meer gebeuren, willen we in een prettiger samenleving terechtkomen.

Het had natuurlijk al veel eerder gemoeten, maar aan de grens of in AZC’s MOET uitgezocht worden welke overtuigingen iemand aanhangt. Als deze fundamentalistisch of anderszins onverenigbaar met wat wij als maatschappij aanvaardbaar vinden, dan zit er niks anders op dan terugsturen. Wij hebben ons portie aan godsdienstoorlogen wel zo’n beetje gehad. Komen mensen door zo’n schifting heen dan dienen zij onmiddellijk de rechten te krijgen die elke Nederlander geniet. Niet meer, maar ook niet minder. Negatieve en positieve discriminatie dienen nergens toegepast te worden. Pleonasme en contradictio in terminis. Komt alleen maar gelazer van.

Anders nog iets meneer Voorwinde?

Uiteraard! Als je beleid op bovenstaand baseert, dan moet dat voor de zeer lange termijn zijn. Verkiezingen-overstijgend, zeg maar. Niet meer aan tornen als de hoofdlijnen goed geformuleerd en vertaald zijn naar praktisch uitvoerbaar beleid. Met de tijd meegaand kunnen er misschien op detail aanpassingen worden gemaakt. Maar that’s it. Anders gaat ook dit niet werken. Ook moet er (ik beveel psychologen en sociale wetenschappers aan) onderzocht worden hoe we die vreselijk dwarszittende, etterende splinter van overgevoeligheid uit de samenleving kunnen trekken. Daarmee gepaard gaand moet ook de verdraagzaamheid navenant toenemen. Ik heb er geen moeite mee toe te geven dat wij Nederlanders vroeger een moordzuchtig, slavenhandel drijvende rotnatie waren. Maar dan moet het ook klaar zijn. Ik weiger verantwoordelijk te worden gehouden voor wat een geschifte over-over-over-over-overgrootvader anderen allemaal heeft aangedaan. Lukraak strooien met beschuldigingen help je niemand mee. Ook jezelf niet. Waarheid mag pas heilig verklaard worden als daardoor een samenleving ontstaat waarin IEDEREEN zich thuis voelt. Koran, Bijbel, Homo’s, Gekleurden, Blanken, Transgenders en alle anderen kunnen prima samenleven mits radicalisme in welke vorm dan ook ontbreekt.

Maar, nogmaals, dan moet er wel eerst een correctie worden gemaakt. En niet zo’n kleintje ook.