Hele enge pony’s


Het was een kwestie van tijd. Gisteren kreeg mijn dochtertje haar 239-ste My Little Pony variant. Het leeuwendeel is roze. Sommigen geven licht. Anderen springen manisch schreeuwend over de kop als je ze in een bepaalde positie dwingt. Weer anderen zijn een mutatie. Een kruising tussen zeemeermin en pony. Die zijn héél eng. Als je ze in een badje doet dan gaat plotseling de staartvin als een malle heen en weer. Op dat ritme gaat er ook een lichtje in het monster aan en uit. Vermoedelijk zit daar haar verdorven hart. Maar er zitten ook hele kleine tussen, waarvan meerdere al mijn voetzool hebben vervormd. De enorme pony variant is tevens ruim vertegenwoordigd in mijn dochters’ arsenaal. En allemaal lachen ze en hebben ogen alsof ze met cocaïne proberen af te kicken van LSD. Die ogen volgen je ook. Vanuit zo’n beetje alle kamers van ons huis volgen ze me. Loeren ze. Ze willen me bespringen als ik weer eens een kleine broeder of zuster per ongeluk vertrap. Ik weet het zeker.

En dat gebeurde dan ook.

Schreeuwend werd ik wakker afgelopen nacht. Een enorme roze pony met een gigantische hoorn op haar hoofd zat me achterna. Ik was naakt en rende voor mijn leven terwijl het gedrocht roze vuurballen uit haar neusgaten op me afschoot. Vlak voordat ik gillend wakker schrok probeerde het beest haar hoorn in mij te boren. Ze zat verdacht laag bij mijn rug en maakte aanstalten me te bespringen. Eventjes dacht ik haar nog smalend te horen hinniken.

Badend in het zweet zat ik rechtop.

Ik stapte in het donker uit bed om m’n bezwete voorhoofd te drenken in een plas koud water. Onderweg naar de badkamer stond ik ergens op. Ik herkende de vorm en in een flits zag ik overal bloeddoorlopen pony ogen. Dapper baande ik me een weg naar de wastafel. Ik draaide, nog steeds in het donker, de kraan open en uit het niets begon de Mutant met haar staartvin te slaan en kwam er licht uit haar buik. Ik onderdrukte een schreeuw door mijn met water gevulde handen voor mijn mond te slaan. Ik stikte zowat en er volgde een hoestbui die me sterretjes deed zien.

Vloekend gaf ik de Mutant een rotschop. Dat leek de hufter alleen maar aan te moedigen en draaide met hernieuwde krachten haar repertoire weer af. Pas toen ik de klerelijer had afgedroogd, stopte ze. Hogere machten aanroepend om mij van dromen te vrijwaren, ging ik weer naar bed. Na enige tijd viel ik een droomloze slaap. Toen ik vanochtend mijn ogen opende keek ik recht in het afzichtelijke gelaat van een roze pony. Mijn hart sloeg over. Toen zag ik mijn dochtertje die de roze pony vasthield. Ze had haar pony opdracht gegeven om mij wakker te kussen.

Alles was weer goed. Maar ik blijf op mijn hoede.

 

Menno Voorwinde