Rechtse humor in een links hoofd


Linkse mensen hebben geen humor. Althans de meeste niet. Enkele bekende cabaretiers en schrijvers daargelaten. En ik kan het weten. Mijn vader was links. Maatje van Joop den Uyl. Altijd PvdA gestemd en later ook nog iets in de Gemeenteraad van Laren N-H gedaan. Zijn broertje was ook links. Hij schreef vaak teksten voor Paul van Vliet, heb ik me laten vertellen. Ik heb dat niet gecheckt, maar geloof het zeker. Mijn vader zat in zijn gloriedagen in de top van de reclamewereld. Heel veel rechtse mensen om hem heen, dus veel rechtse humor. Hij had natuurlijk veel linkse vriendjes, maar die waren saai, zeurderig en vooral humorloos. Continue de moraliteitsengel op de schouder meedragend. Vingertje wijzen en zo. Killing, voor iemand van mijn leeftijd. Mijn vader verdiende meer dan goed aan reclamemakend Nederland en Europa. Toch had hij de schurft aan rechts en is altijd socialist gebleven. Graag droeg hij veel belasting af. Ik heb hem wel eens een salon-socialist genoemd. Kolere, wat werd hij woest. Ik moet erbij zeggen dat ik hier de situatie schets zoals hij maatschappijbreed was in die tijd. Namelijk, pre-poldermodel. Verzuiling op z’n best. Als je links was, kon je NOOIT rechts worden. En andersom ook niet. Den Uyl vs Wiegel.

Hij was onbewust ook hypocriet. Rechtse humor had op hem afgegeven. Als hij grappen maakte (en dat was niet heel vaak, althans niet thuis) dan was dat altijd op het foute af. Menig linkse rakker zou het schaamrood naar de kaken zijn gestegen. Mocht ik die grappen heden ten dage op Twitter zetten, zou de hel losbreken. Als hij rechtse ‘vrienden’ op bezoek kreeg, waren dat altijd leuke avonden. Er werd veel gezopen (cognac, whiskey), veel gerookt (Pall Mall zonder filter en hele dikke sigaren) en heel veel foute grappen gemaakt. Dat heeft weer op mij afgegeven. Net zoals het linkse gedachtegoed dat door de morele zijde van mijn vader erin is geramd (niet letterlijk, hoor). Het diepgewortelde socialisme van mijn vader kwam weer van zijn vader, mijn opa. Fantastische man, was dat. Arbeider pur sang. Ik heb nog een bondsmunt van de NVV (voorloper FNV) van hem voor 50 jaar trouw lidmaatschap. How’s that for fucking loyalty!

Maar goed, de verzuiling is om zeep geholpen door het poldermodel dat op zijn beurt weer om zeep is geholpen door het populisme. Er zijn echter wel constanten: linkse mensen hebben nog steeds geen humor, rechtse mensen wel. Linkse mensen hebben de neiging tot elitair gedrag, rechtse mensen zeggen gewoon dat ze beter zijn, ook als ze dat niet zijn. Ik merk dat ik vaak moet lachen om ‘foute’ grappen. Die komen meestal van rechts. Tenzij je Theo Maassen heet. Maakt dat rechtse mensen voor mij sympathieker? Soms wel. Het gedachtegoed niet. Omdat het mij geen moer boeit wat mensen van me vinden en zelf menig foute grap maak, zet ik mezelf feitelijk buitenspel. Links vind mij raar vanwege mijn foute-grappen-fetisj en rechts moet mij niet vanwege mijn linkse denkwijze. En ik vind het eigenlijk wel best. Links en rechts is in mijn optiek een aanfluiting en een zielig aftreksel van wat het was. Hoe feller de tegenstelling, hoe smeu├»ger het debat. Wat bij mij tegenwoordig onmiddellijk de trekker over doet halen, is de doorgeschoten overgevoeligheid die nu welig tiert. Ik zie, serieus, discussies voorbij komen waarin wordt gesteld dat de blanke man niet meer de witte man genoemd mag worden. Dat is namelijk racistisch. Allejezus zeg, flikker toch op. Die overgevoeligheid over alles wat zo nodig precies goed benoemd moet worden. Anders ben je racist, fascist of historisch onbenul. Gek word ik ervan.

Ik zou, bijvoorbeeld op Twitter, meer moeten negeren. Maar als mensen de verongelijkte zielenpoot gaan uithangen en ook nog zeggen dat ze namens een hele grote groep zielenpoten spreken, krijg ik een waas voor mijn ogen. Bijvoorbeeld: #MeToo: prima! Goed initiatief. Vooral al die geile machtsmisbruikers aan de schandpaal nagelen. Ben ik helemaal voor. Maar ook even die hele rits aan aandachtstrekkers lozen die ‘mentaal beschadigd’ zijn omdat hun buurjongen onder hun rokje had gekeken toen ze veertien waren. En durf eens te zeggen dat ik niet weet waar ik het over heb. Op mijn vijftiende ben ik gedrogeerd en misbruikt. En ik ben verder ook gewoon gezond gek geworden. Geen therapiegroepje voor nodig gehad. Bovendien heeft het me heel veel gratis patat opgeleverd (hij was snackbar eigenaar). Ja, dat was een foute grap, maar wel op waarheid berustend (ik kreeg ook gratis kroketten).

Zoals ongeveer als het hierboven staat gaat het ook met foute grappen. O wee als er een neger, dom blondje, gehandicapte of homo in voor komt. De messen worden onmiddellijk geslepen, stichting Correlatie wordt gebeld en de vingers gaan beschuldigend omhoog. Als de grap leuk is maakt het geen zak uit over wat of wie het gaat. Figuranten in een verhaaltje. Na de grap wordt er gelachen of niet. Geen racist of homofoob is erbij gekomen. Ook niet eraf gegaan. Mensen zijn over het algemeen niet achterlijk en hoeven niet continue op hun vingers getikt te worden door moraalridders met een missie. Er gaat onmiskenbaar veel mis in deze wereld. Heel veel zaken moeten anders. Als we eens zouden beginnen met het universeel omarmen van ‘foute humor’ en de tegenstellingen inclusief het vingertjes wijzen beperken tot het daarvoor bestemde debat, dan komen we al een heel eind. Foute grappen maakt iemand niet fout, erom lachen ook niet. Of iemand ‘fout’ is merk je dat pas als hij zijn mening gaat geven. Best makkelijk om dat los van elkaar te zien.

Er moet natuurlijk nog veel meer veranderen, maar dat is voor een andere keer. Ondertussen blijf ik gewoon lekker mezelf. Met m’n linkse hoofd lachen om rechtse grappen. Fout of niet, als ik het maar leuk vindt.

Menno Voorwinde