Rede, Rede en nog eens Rede

Het mag ondertussen wel bekend zijn dat ik een ‘afwijking’ naar links heb. Ideologisch gezien dan. Met de paplepel ingegoten. Daarbij hoort natuurlijk ook de afkeer van rechts. Naarmate ik ouder word en ideologieën door politieke partijen, van binnenuit grondig zijn verneukt, is het besef gekomen dat geen enkele ideologie zaligmakend is. In mijn jonge jaren was de linkse ideologie absoluut. Geen twijfel over mogelijk. Domme jonge ik. Nah ja, dom…het hoort er natuurlijk wel bij. Jong fanatisme is nodig om later tot het besef te kunnen komen dat niks en niemand heilig is. Niets is absoluut (ja, ja…dood en belasting, ik weet ‘t). In mijn jonge jaren (ik ben nu 57, overigens) stemde ik steevast PvdA. Net als mijn vader, zijn broer, hun vader en mijn broertje. Als mijn ouders ruzie hadden, dan was het waarschijnlijk omdat mijn moeder toch stiekem D’66 had gestemd. Gevallen voor de charmes van Jan Terlouw. In de tijd dat ik het nodig vond me af te zetten tegen mijn ouders heb ik een paar keer PSP gestemd. Ja, dat was een politieke partij, kinderen. Pacifistisch Socialistische Partij. Vooral om mijn vader tegen me in het harnas te jagen. Dat lukte pas echt toen ik een satirisch bedoelde poster van een niet bestaande partij had opgehangen: de VVDA. Een protestposter tegen het flirten tussen PvdA en VVD. Walgelijk en respectloos, vond-ie. Mission accomplished.

Maar goed, meestal dus gewoon PvdA. Tot een paar (landelijke) verkiezingen geleden. Mijn vertrouwen in de politiek was daarvoor al tanende en had ondertussen een dieptepunt bereikt. Populisme had de kop op gestoken en met afschuw nam ik de opkomst van de PVV en later het FvD waar. (Die afkeer heeft zeker niet uitsluitend met hun denkbeelden te maken, maar daar kom ik een andere keer op terug.) Rechts heb ik nooit gestemd. Dat gaat me te ver en zou ik niet aan mezelf kunnen verkopen. Hoewel ik regelmatig zaken op rechts tegenkom waar ik het gewoon mee eens ben, zijn er nog veel meer zaken waar ik het niet mee eens ben. Gelukkig maar. Zo rechtvaardig ik mijn linkse stem tegenwoordig. De Gewone Man beschermen tegen de klauwen van de Rechtse Veelvraat. Gelul, natuurlijk, maar afdoende reden voor mijn innerlijke rust. Sinds we zijn gaan polderen komen we er met z’n allen wel uit. De regering laat de vakbonden dat lekker uitvechten. We hebben voor wat betreft de bescherming van de Gewone Man geen laffe kabinetten meer nodig. Die zijn liever druk met bekvechten in een nutteloos debat over het begrotingstekort.

Ik kwam op het idee voor deze column door Jort Kelder. Ik ben gecharmeerd van Jort en zag dat weer eens bevestigd door zijn optreden bij Op1, gisteravond. Ik ken Jort niet persoonlijk en waarschijnlijk heb ik veel van zijn publieke optredens gemist. Maar als ik hem zie, blijf ik altijd kijken en luisteren. Ik heb hem nog nooit betrapt op slap gelul. Sterker nog, meestal ben ik het volkomen met hem eens. Jort heeft het nadeel dat mensen over hem heen vallen over randzaken, die bij hem nogal prominent aanwezig zijn. Zijn kakkerige accent, bretels en arrogante houding. Mij stoort me dat allerminst. Het lijdt me ook niet af van wat hij zegt. Dat idee heb ik wel bij de mensen die over hem heen vallen. Op mijn Twitter bio heb ik vermeld dat ik een afwijking naar links heb, maar dat die ondergeschikt is aan de Rede. Laat Jort het daar nu uitgerekend over hebben, gisteren. Jort wil niet in een ‘kamp’ worden ingedeeld. Niet in links en niet in rechts.

Het gaat om de vraag die we moeten stellen, maar die niet wordt gesteld.

Jort wil altijd de vraag stellen die niet gesteld wordt, maar wel gesteld zou moeten worden. Die vraag hoort kleurloos te zijn. Wars van politieke motieven. Jort Kelder doet dat. Maar…nu komt het probleem. Jort kan niet meer objectief bekeken worden op dezelfde manier waarop hij wenst dat wij kijken naar een schrijnend onderwerp dat hij voorlegt. Als Jort iets zegt ontstaan er direct 2 kampen. Voor Jort en tegen Jort. De vraag of stelling die hij deponeerde is onmiddellijk van ondergeschikt belang geworden. Het gaat over Jort en níet over het probleem. Voor- en tegenstanders vliegen elkaar direct in de haren. Als het al nieuws wordt gaat het ook in het nieuws niet meer over de vraag/stelling, maar over de tweespalt die hij weer eens teweeg heeft gebracht.

Dat is niet zijn doel. En ik zag gisteren voor het eerst iets van frustratie daarover bij hem. Graag had hij nog door willen praten, maar de tijd was weer eens op. Nu is Jort natuurlijk ook niet achterlijk en weet hij best dat de zaken die hij aankaart in een specifiek Jort-jasje zijn gestoken. Hij schuwt het randje niet. Met andere woorden zou hij het aan moeten zien komen. De baggerstorm. Helemaal op Twitter neemt dat onderhand bedenkelijke vormen aan. Moet hij het dan anders doen? Nee, natuurlijk niet. Het Jort-effect zorgt ervoor dat het eigenlijke onderwerp niet meer van de agenda af te krijgen is. Uiteindelijk, met vertraging, zal zijn vraag/stelling toch aan de orde komen. Er zijn namelijk genoeg mensen die over de baggerstorm heen kunnen kijken.

Zolang de frustratie bij Jort onder controle blijft zal de Rede het winnen. We zullen wel moeten. Iets anders dat het absolute benaderd is er al lang niet meer.

Ik stem links bij gebrek aan beter. Links is niet veel beter dan rechts, maar past gewoon beter bij me. Daarnaast hoop ik dat er een keer de Partij van de Rede (PvdR) wordt opgericht. Jort Kelder als lijsttrekker. Is hij straks weer overal welkom.

Dan kan ik ook weer uit overtuiging gaan stemmen.

Menno Voorwinde

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *