Broertje

Mijn broer Henk is 20 maanden jonger dan ik. Ik zeg nooit Henk tegen hem; ik noem hem altijd ‘Broertje.’ Hij is de liefste man op deze wereld en ik hou ontiegelijk veel van hem. Hij houdt ook van mij. En dat terwijl ik hem alle reden heb gegeven om me voor altijd te haten. Broertje heeft eigenschappen die ik nooit heb gehad en ook nooit zal krijgen. Hij lijkt op zijn moeder en ik op mijn vader. Dat was, net als ik, ook al een klootzak. Omdat Broertje en ik allebei dezelfde ouders hebben, hebben we ook onontkoombaar enkele eigenschappen van de minder dominante ouder in onze persoonlijkheden. Soms werkt dat bij mij verwarrend en herken ik mezelf niet. Ik vermoed dat bij Broertje het omgekeerde waar is. Soms zie ik bij hem eigenschappen van mijn vader en dan begrijpen we elkaar onmiddellijk. Meestal is hij mijn moeder. In de goede zin. Zorgzaam, oplettend, ietwat betuttelend maar altijd waakzaam. Klaar om onheil af te wenden.

Broertje was vroeger een etterbak.

Wij deden vroeger alles samen. We konden niet zonder elkaar. Waar ik ging, ging Broertje met z’n dikke reet achter me aan. Nooit liet hij me met rust en ik vond het prima. Als ik een stripboek, liggend op mijn buik in de woonkamer, aan het lezen was, ging hij op mijn rug springen. Of zitten. Of aan mijn haar trekken. Uiteindelijk liep dit altijd uit op kleine vechtpartijtjes die natuurlijk eindigde in gejank van broertje en ik die de schuld kreeg. Maar dat gaf niet. Ik nam graag de schuld op me voor Broertje. Dat deed ik altijd. Broertje lokte vechtpartijen uit op het schoolplein, op straat en in het zwembad (sportfondsenbad Bussum en buitenzwembad Naarden) en ik sloeg ze in elkaar. Niemand kwam tussen ons. Ik was toen beschermengel en hij was de etterbak.

Toen werd ik de etterbak.

Naarmate we opgroeiden ontspoorde ik meer en meer en ging Broertje meer en meer in het gareel lopen. Wellicht moesten we de balans rechttrekken voor ons pre-puberale bestaan. Ik werd een anarchistische punker die alles kapot wou maken en Broertje werd een PABO hippie. Onze ouders waren inmiddels gescheiden en het verder opgroeien bij respectievelijk Mams (Broertje) en Paps (ik) heeft uiteindelijk alleen Broertje goed gedaan. Hij ontwikkelde zich op een ‘normale’ manier en ik ontspoorde verder met drank, drugs en vrouwen. In die lange periode van ontsporing heb ik Broertje de redenen gegeven mij voor altijd te haten. Ik heb kortstondig de liefde van zijn leven gestolen en bijna hun beider leven verwoest. Zoals ik bijna alles verwoestte dat op mijn pad kwam. Ruzie met Paps. Ongefundeerde haat voor zijn nieuwe vriendin en zo kan ik nog wel even doorgaan. Broertje heeft mij alles vergeven. Overigens zijn Broertje en de liefde van zijn leven al weer heel veel jaren gelukkig samen. Dat geluk heb ik dan weer.

We zijn etterbak af, allebei.

Tegenwoordig leven we onafhankelijk van elkaar ons eigen bestaan. We zien elkaar nog af en toe. En het is goed zo. De ontmoetingen zijn altijd fijn en broederlijk. Ik kijk altijd uit naar zo’n bezoekje. Broertje lult vijf kwartier in een uur en ik knik meestal wat. Ik vind het heerlijk. We weten dat we, ondanks alles, zielsveel van elkaar houden en alles voor elkaar over hebben. Meestal vermijden we gevoelige onderwerpen, maar we gaan ze ook niet expliciet uit de weg. Als ik een pestbui heb wil ik nog wel eens gevoeligheden benoemen, maar Broertje stuurt dat altijd vakkundig een andere richting op. Gelijk heeft-ie. We hebben er niks aan.

In mijn hoofd heeft Broertje een standbeeld dat nooit beklad of omgetrokken kan worden.

 

Menno Voorwinde

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

2 gedachten over “Broertje”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *