Kiezel 4 Kiezelecho


Vanochtend schrik ik wakker. Kwart voor negen. Waarvan weet ik niet. Het is licht en dat is ongewoon. Ik schrik wel vaker wakker, maar altijd ’s nachts. In het donker. Fleur (6) en Linda, mijn vrouw, zijn al vertrokken. Voor het eerst in zes maanden moet ze naar kantoor. Via school, Fleur wegbrengen. Vaag herinner ik me enkele wakkere momenten tijdens het ochtendritueel van Fleur en Linda. Telkens ben ik weer in slaap gevallen. Sinds de ontdekking van De Kiezel, ruim anderhalve week geleden, slaap ik me een ongeluk.

De Kiezel, mijn ingesealde keeltumor. Morgen, één september krijg ik de uitslag van enkele onderzoeken. Kwaadaardig of goedaardig, that’s the question. Vandaag een laatste onderzoek. Een echo op afdeling Radiologie. Ter Gooi Blaricum.

Het is stervensdruk op de parkeerplaats van Ter Gooi Blaricum. Ik moet even zoeken voordat ik een parkeerplek heb gevonden. Vandaag twee wachters in het blauw bij de entree van het ziekenhuis. “Heeft u een afspraak? En hoe laat?” Ik geef braaf antwoord. Ik mag verder. Nog één minuut. Snel handen reinigen en naar de kelder. Afdeling Radiologie -1.

Een lange man met bril, grijswit haar, jong gezicht en geen lichaamsgewicht komt me halen. Hij is vriendelijk en een beetje chaotisch. De Grote Vriendelijke Reus. Hij verzoekt mij mijn vest uit te doen en mijn ‘spulletjes’ in het entreehokje, tevens kleedhokje, achter te laten. Ik draai de buitendeur op slot en loop de behandelkamer binnen. Hij vraagt me plaats te nemen op een brancardachtige plank. Met kussen. Na enkele correcties lig ik eindelijk goed. Naast mij een machine met veel knoppen en een joystick die me doet denken aan een buttplug. Misschien omdat het vrij donker is in de kelder.

De GVR gaat de arts halen. Voor de zoveelste maal word ik naar mijn geboortedatum gevraagd. Ik overweeg serieus een tatoeage op mijn voorhoofd. De arts smeert de buttplug in met gel en laat het ding over mijn keel heen en weer glijden. Af en toe stopt hij om een knop in te drukken. Hij constateert een veld met vergrote lymfeklieren en zegt dat hij een punctie gaat doen. Kut. Dat heeft niemand me gezegd.

De GVR smeert mijn keel in met een desinfectiemiddel. Koud. De arts rommelt in een la. Als hij terugkomt moet de GVR nog een keer smeren. Het is vluchtig spul. De GVR krijgt een pompje in zijn handen gedrukt, die hij in moet knijpen op een teken van de arts. De arts prikt. Het voelt alsof mijn adamsappel wordt weggedrukt. Het doet zeer, maar ik geef geen krimp. Geen kik. Al komt die naald er aan de achterkant weer uit. Mij horen ze niet.

De pijn neemt toe. Het voelt of er wordt gewroet in mijn keel. Ik zie alleen de hand van de arts. Hij gaat heen en weer. Op zoek naar het perfecte plekje. Plots houdt hij stil. “Nu drukken!” roept hij. De GVR drukt. “Harder drukken!” De GVR drukt harder. Een zacht zuigend geluid. De naald gaat eruit. “Even kijken of ik genoeg heb”, zegt de arts. “Dan kan het naar de patholoog.”

Het is genoeg. Goddank.

Volgende: Kiezel (5)

Auteur: Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.