Kiezel 7: Het Kiezelhuwelijk



Linda en ik schelen 21 jaar. In haar voordeel. We zijn al twaalf jaar samen en we houden ontzettend veel van elkaar. Elf maart tweeduizendveertien zijn we getrouwd. Een hatseflats trouwerij in een triest zaaltje in de spuuglelijke dependance van het gemeentehuis Hilversum. Het gemeentehuis zelf is prachtig. Ontworpen door Dudok en heeft zelfs Madurodam gehaald. Dan ben je een grote. Een handjevol familieleden erbij en slappe taart achteraf. Geen poespas. Tweeënhalve maand later zou Linda bevallen van Fleur. Nog geen kiezel aan de lucht.

Het is een gelukkig huwelijk. We zijn maatjes en bij vlagen waanzinnig verliefd. Linda wordt met de dag mooier. In haar werk is ze uitgegroeid tot een force to be reackoned with. Ze sport veel en heeft tomeloze energie. Een schitterende bikkel. Linda verdraagt mij terwijl ze zielsveel van me houdt. Een kwaliteit die er wezen mag. Ik ga mezelf niet afkraken. Ik mag mezelf. Dat is alleen iets waard als je ook je tekortkomingen kent. En die ken ik. We zouden misschien wel zonder elkaar kunnen, maar we moeten er niet aan denken. Onze relatie wordt niet vaak op de proef gesteld. Nu wel. De Kiezeltest.

Wij kunnen er nog niet goed mee omgaan. Sinds De Kiezel zich tussen ons en in mijn keel heeft genesteld stuiten we onverwacht op onontgonnen grond. Linda stort zich in een acceptatieproces dat grotendeels buiten mijn bereik valt. Ik zie haar weinig en als ze er is, is ze aan het werk of onderweg ergens naar toe. Sport, paard, wandelen, zwemles, school enzovoort. De weinige momenten dat we met z’n tweeën zijn, is ze bits en stil. Dat bitse doet ze niet bewust. Ze wil met rust worden gelaten. Ze is aan het verwerken. En daar wordt ze heel erg moe van.

Ik reageer daar niet goed op. Ik wil toenadering. Een eigenschap die mij doorgaans vreemd is. Ik snap dat Linda dat niet snapt. Vaak merk ik dat ik beledigd ben, terwijl dat onterecht is. Toenaderingspogingen zijn halfslachtig en bij de minste tegendruk geef ik op. Kutkiezel. We merken langzaam dat onze wereld al op zijn kop staat. We zijn wat laat met meedraaien. Het begint hoopgevend. De eerste dag in het ziekenhuis om De Kiezel in kaart te brengen hebben we ons kapot gelachen. Dat is de leukste dag tot nu toe.

De Kiezel heeft gebaard. Haar kroost zit in mijn lymfesysteem. Nog niet in de longen. Dat nieuws zorgt voor een duidelijk doel en een helder pad daar naar toe. Linda heeft dat nodig. Te veel opties brengen haar in de war. En dan zijn we weer bij af. We worden stukje bij beetje beter in onze veranderde wereld. We merken het aan elkaar. Ik had het kunnen weten.

Niets drijft ons uiteen. En zeker niet een kwade, ongenode gast.

Aankomende dinsdag gaan we weer lachen.

Volgende: Kiezel 8

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.