Kiezel 9 Interbellum

Cogito, ergo sum

Het is een week sinds ik de laatste onderzoeken heb gehad. Aankomende vrijdag is de aanzet tot, voorlopig, de laatste. Dat wordt een heftige. Onder algehele narcose trekt de kaakchirurg drie kiezen en peurt de KNO arts enkele biopten uit De Kiezel. De kiezen worden getrokken uit voorzorg. Ze zijn verdacht. Dat betekent dat er misschien een ontsteking in zit. Dat móét worden vermeden. Bot kan door straling bloot komen te liggen. Pijnlijk. De biopten zijn nodig, vermoed ik, om de intensiteit van de bestraling te kunnen bepalen. Ik weet nog niet hoe laat de kijkoperatie en de kiezentrektocht aanvangt. Op vrijdag wordt in de ochtend geopereerd. De anesthesist en de zuster van de planning gaan mij nog bellen. Ondertussen kijk ik uit naar vrijdag. Het interbellum duurt te lang.

De noodzakelijke strijd moet nu eindelijk worden gestreden. Ik verheug me niet op de lijdensweg, wel op het begin van het einde ervan. De onvermijdelijkheid van de behandeling wenst een spoedige start. De dagen duren te lang. De onzekerheid duurt te lang. Alles duurt te lang. Het is verloren tijd. Verloren omdat de gedachten aan wat komen gaat, niet meer weg te werken zijn. De Kiezel manifesteert zich steeds nadrukkelijker. In de vorm van jeuk in mijn oor, pijn bij het eten, pijn bij het slikken en een voortdurend zeurende pijn. Moeite met ademen wordt groter. Zo ook De Kiezel zelf. Ik voel het. We gaan er onder lijden. Linda en ik. Veel brengen we door in stilte. We weten allebei wat er moet gebeuren. Ook voor Linda zijn de dagen te lang. Kleine ontploffingen ontladen de irritatie. Het escaleert nooit. We weten het van elkaar.

Onder andere omstandigheden zou ik zoveel mogelijk de deur uitgaan. Tot aan de behandeling. Dat gaat maar beperkt en straks helemaal niet meer. De stralingstherapie zorgt voor afbraak van het immuunsysteem. Hierdoor stijg ik ongetwijfeld met stip op de ranglijst van risicogroepen. Het zij zo. Zolang De Kiezel maar wordt verslagen zonder al te veel schade aan zijn drager. Jammer dat De Kiezel niet operatief is te verwijderen. Graag had ik hem op sterk water meegenomen. Als trofee van een glorieus gewonnen veldslag. Hij zou prachtig staan op de schoorsteenmantel. Elke ochtend zou ik minachtend op hem neerkijken. “Wat dacht-ie wel niet?… Nou!?” Tevreden zou ik koffie gaan zetten. Glimlachend. Het mag niet zo zijn.

De Kiezel en zijn gebroed worden door straling vernietigd. Niets zal er van hen overblijven. Uit mijn lichaam weggebrand. Ongetwijfeld ten koste van wat ‘collateral damage’. Een kniesoor die daar op let. Nuken die handel. Geen trofee, geen genade. Nog een paar lange dagen. Een operatie. Een wapenstilstand. Uitslagen. Behandelplan. Stralingsmasker. Behandeling. Zeven weken oorlog. Ik ben er klaar voor.

Het interbellum is nu het grootste obstakel.

Volgende: Kiezel 10

Auteur: Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

4 gedachten over “Kiezel 9 Interbellum”

  1. Hey Menno, alsof ik samen met in dat interbellum zit, wachtend op de vijand die verslagen gaat worden! Je schrijft het zo op dat het me raakt.
    Je moet van top tot teen gespannen zijn, ik stel me zo voor dat de boosheid, zenuwen en onmacht door je lichaam razen.
    Sterkte man, keep the faith.

  2. Ik heb lang gewacht om op deze kiezel van je te reageren…….Soms gebeuren er in een mensenleven dingen die maken dat je even met jezelf een gevecht moet aangaan, dan is er even geen plaats voor zwaardere onderwerpen van andere mensen, of voor ‘verweg’ vrienden (zo voelt het als ik over jou denk, een ‘verweg‘ vriend, niet in letterlijk opzicht, want we wonen dicht bij elkaar, maar in de betekenis van het woord ‘vriend’. We kennen elkaar immers alleen van wat schrijfseltjes😉)
    Inmiddels ben ik over mijzelf weer gerustgesteld en kan ik voor anderen weer een betere ‘verweg vriend’ zijn.
    Op deze keizel wilde ik even wat uitgebreider reageren, via twitter doe ik dat liever niet, ik vermoed dat hier minder mensen meelezen, minder ‘openbaar’ voor mijn gevoel, daarnaast kan ik hier ook wat meer uitwijden🤭
    Ik kan me voorstellen dat je deze periode als een interbellum ziet, maar verder mag je het niet vergelijken met een oorlog hoor.
    Kanker hebben is geen oorlog, het raakt aan intense wanhoop, aan je diepste angstgevoelens, aan alle zekerheden die je ooit in je leven dacht te hebben, maar niet aan oorlog…..
    Oorlog is strijd met een vijand, jij strijdt niet….. stel dat het straks minder goed afloopt; heb je dan de strijd verloren? Niks ervan, want dan zou je daarmee zeggen dat je niet hard genoeg gestreden hebt, dan zou je ‘af’ zijn. Doe jezelf dat niet aan. Je zet je lijf en leden in, je lichaam kan veel hebben, veel meer dan je denkt.
    Zorg de komende tijd goed voor jezelf, probeer zo gezond mogelijk te leven en zorg dat je een beetje fit blijft, meer kun je niet doen.
    En bij alles wat er nu gebeurt; blijf positief, blijf zoveel mogelijk optimistisch, ga geen rampverhalen op internet lezen maar laat je informeren door je artsen. Durf op hen te vertrouwen.
    Het is natuurlijk stom vervelend dat morgen (vrijdag) niet door kan gaan, maar daar zijn vast uitstekende redenen voor, misschien is er iemand die de hulp van betreffende artsen nog harder nodig had.
    Ik begrijp redelijk goed wat je doormaakt, kan me nog zo levendig mijn eigen periode voorstellen, of zoals mijn jongste dochter het afgelopen jaar worstelde met haar hoop en wanhoop.
    Zoek afleiding, ga naar buiten, wandel een stukje, ga op een terras zitten (veilig genoeg nu) en kijk naar de vele mensen om je heen. Word een Carmiggelt en luister naar de flarden van gesprekken om je heen en fantaseer er je eigen vervolg aan. En, heel belangrijk, (misschien zei ik dat al eerder); neem je eigen regie in handen; jij bepaalt, het is jouw lijf, jouw leven, jouw kiezel.

    Kom op Menno, dit ga je gewoon doen, en je gebruikt de komende tijd om een wijzer mens te worden.
    Van hieruit; een warme arm om je schouder en een virtuele knuffel.

    Irma

    1. Fijn om te lezen dat je in een positie bent waar je weer vrede met je omstandigheden hebt. Ik hoop dat het meeviel. Om jouw zorgen weg te nemen kan ik je berichten dat het “interbellum” voor mij meer een vervelende pauze is. Ik zie ‘de oorlog’ die in het verschiet ligt niet als een strijd die verloren kan worden. Het maakt me juist sterk om er zo tegenaan te kijken. Een oorlog bestaat uit vele slagvelden. Als je er één verliest (of wint) dan heb je de oorlog nog niet verloren (of gewonnen). Het houdt mij scherp en strijdbaar. De regie heb ik stevig in handen. Ik heb als ieder mens natuurlijk mijn ups en downs, maar die bevinden zich in aanvaardbare marges. Wandelen heb ik een paar dagen geleden al opgepikt. Met de aankomende golf ben ik voorzichtig met terrasjes, maar ik maak m’n rondjes en ik kijk om me heen. Ik ben geestelijk sterk en ik laat me niet intimideren door, noch de ziekte, noch de behandelingen en/of operaties. Ik luister uitsluitend naar de behandelende artsen en stel vragen als dat relevant is. Depressief zal ik niet worden. Dat ligt niet in mijn aard en tegenslagen ben ik gewend tegemoet te treden. Met frisse moed. Mocht ik de strijd om wat voor reden dan ook verliezen, weet ik zeker dat het niet aan mij heeft gelegen. Ik heb meer dan genoeg om voor te leven en daar ga ik voor.

      Met lieve groet van je verre vriend, Menno

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.