Eikels


Fleur Voorwinde (6) mag ineens veel. Omdat ze zes is. Ze mag alleen fietsen. Ze mag alleen naar de speeltuin, 150 meter verderop. Vaak wil ze dat op de fiets. Ook dat mag. Ze mag haar barbies, baby Alexander en baby Annabel meenemen naar de speeltuin. Ze mag vies worden. Ze mag later naar bed. Ze mag bij vriendinnetjes spelen, zo vaak ze wil en vriendinnetjes mogen zo vaak als ze wilt bij ons spelen. Ze mag paardrijden. Op het paard van mama en oma. Ze mag zwemmen. Ze mag chips en snoepjes. Ze mag ook wel eens een beetje op gaan letten. Op eikels.

Sinds ik, ongeveer 2 decennia geleden, op dit adres ben gaan wonen, is de omgeving niet veranderd. Dezelfde bomen, dezelfde huizen, dezelfde speeltuinen. Kortom: alles is hetzelfde gebleven. Tot dit jaar. In onze straat is een epidemie aan eikels uitgebroken. De boomvrucht. De straat ligt er mee bezaaid. Tot ’s avonds laat horen we autobanden eikels pletten. Zoete wraak op de eikels die overdag de deuken in de auto’s hebben geslagen. We horen ze dag en nacht. Als miniatuur meteorieten slaan ze in. Met doffe klappen geselen ze de carrosserieën. De straat zie je nauwelijks meer. Een lichtbeige dekbed aan eikels heeft de Korenbloemstraat ingestopt. Over dit dekbed oefent Fleur haar cyclistisch bochtenwerk, maar de eikels zijn glad.

Bij haar derde bocht (de eerste twee gaan uiterst soepel) gaat het mis. Ik miste het moment door een telefoongeluid. Fleur lag over haar fiets en huilt met veel geluid en een opengesperde mond. Een gapende reclame voor een fietsenrek. Nooit heb ik duidelijker twee voortanden zien missen. Er is niets aan de hand. Behalve schrik en een barbie die uit haar gepimpte fietsmand is gerold. Fleur blijft altijd liggen totdat Papa of Mama haar op komt tillen. Althans in dit soort situaties. Ik ben snel bij haar en help haar overeind. Ze is bedenkt met straatvuil en vooral veel eikelschilfers. Tegelijkertijd snellen kinderen uit de speeltuin naar haar toe. Verontrust haar naam roepend. Een donkergekleurd meisje is er als eerste. Ze is lang en ik heb haar wel vaker gezien. Ze praat aan één stuk door en is een lief kind. Twee andere meisjes, kleiner, beginnen fanatiek Fleur’s kleding af te kloppen. Voordat ik het weet loop ik met kinderfiets de tuin in en rent Fleur met de andere kinderen naar de speeltuin. Lachend en eikelvrij.

Niet veel later ga ik Fleur ophalen. Het eten is bijna klaar. De speeltuin is afgeladen. In verhouding tot de grootte, weliswaar, maar toch. Het is een speeltuintje van niks. Groen nepgras, een aluminium wipwap, een ronde wipwap met veerconstructie, een glijbaan en een schommel. Er liggen overal fietsen en staan skelters. Eenzame kinderschoenen en sokken. Een boompje. Driekwart omgeven door huizen. De straat afgeschermd door een heg. Aan de overkant ook weer huizen. Van alle kanten toezicht. Van alle kleuren ook. Alles speelt hier met elkaar. Als er ruzie is dan gaat het over het onderwerp. Niemand ziet elkaars kleurtje. Het kindje is aardig of stom. Punt.

Onze kinderen. Die weten wel raad met eikels.

Hou mijn columns in de lucht door donaties via vadertje.backme.org
Je krijgt een berg, het kost een beetje.

Auteur: Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.