Kiezel 16 ~ Het Masker


Drie keer heeft Linda de wekker van haar telefoon uitgedrukt. Na drie keer vindt haar telefoon het welletjes. Als je daarna weer in slaap valt, zoek je het maar uit. Normaal gesproken springt Linda uit bed voordat het eerste alarm is uitgelawaaid. Linda valt weer in slaap. Ik ben klaarwakker en nog niet op de hoogte van de drie-keer-bellen-en-dan-zoek-je-het-maar-uit regel van haar telefoon. Nadat ik heb gedoucht, slaapt Linda nog steeds. Ik maak haar wakker en Linda schiet meteen in haar auto-ochtend modus. Na enige onbelangrijke ochtendschermutselingen gaan we samen op weg naar het AUMC.

Alle papieren die we mee moeten nemen, maar nooit hoeven te laten zien, zitten in de tas. Dat moet ook. Vergeet je een document, dan wordt er wél naar gevraagd. Die ongeschreven wet is er bij ons al ingesleten. Ik moet mij om 8:55 uur melden bij de receptie A van de afdeling Radiologie. Twee verdiepingen ondergronds. Onbewust maakt mijn hoofd de vergelijking met de opslag van kernafval. De autorit van Hilversum naar Amsterdam verliep luchtig en niet onaangenaam. Grappend hebben we de A2/A10 doorstaan.

Na enkele verkeerde afslagen binnen het ziekenhuis komen we ruim op tijd aan bij de receptie. Zo snel als Lucky Luke zijn pistool trekt, trekt Linda haar laptop uit haar tas en begint aan haar werkzaamheden. Ik kieper een chocolademelk achterover en mag me daarna melden in een bij de receptie aansluitende ruimte. Plichtmatigheden worden uitgewisseld. Geboortedatum enz. Ook wordt er een foto voor mijn dossier gemaakt. De vriendelijkheid van het verplegend personeel en de artsen is bewonderenswaardig. Ik ben een van de eerste patiënten. Na de foto mag ik mee met de bestralingsarts. Een jonge vrouwelijke arts met een vriendelijk gezicht.

Zij vertelt me alles over de procedure. Ik wist alles al. Ik heb de brochure gelezen. Toch vond ik het een aangenaam gesprek. Al is het alleen al omdat zij zich goed had ingelezen in mijn dossier. Dat wekt vertrouwen. Na het gesprek moet ik weer even wachten bij Linda in de wachtruimte tegenover de receptie. De dood had zich rond de grote tafel verzameld. Rochelende en hoestende patiënten waren om ons heen geparkeerd. Sommige op eigen kracht daar gekomen, anderen gebracht. Her en der liepen slangetjes uit neusgaten. Allemaal asgrauwe gezichten en angstige blikken. De stemming is bedrukt. Ik word gelukkig snel opgehaald. Het meeste personeel draagt een doorkijk masker. De specialist in maskers draagt een mondkapje. Zelfde makelij als ikzelf. De mijne moet af voor het maken van het masker. Hem zou ik op straat niet herkennen.

Nadat ik klem ben gelegd op een brancard krijg ik een warm gaas met een als warme kauwgum aanvoelend goedje over mijn gezicht geplaatst. Dat moet precies en ik mag niet bewegen. Een minuut of zes. Dan is het afgekoeld en bijna klaar voor gebruik. Gaten voor ogen en mond worden bijgesneden. Ik ben klaar voor een precisie-scan. Een CT met contrastvloeistof. Dat gebeurt gelukkig een paar kamers verderop. En niet in het Imaging Center één kilometer verder. Twee kundige verplegers werken hun routine af. Infuus, instructie, lijntjes trekken op het inmiddels vastgezette masker met daarin mijn hoofd. De tunnel in. Een paar minuten. Het is klaar. Infuus eruit. Verbandje erop. Met een verhit kruis door de contrastvloeistof mag ik gaan.

Morgen weer naar het ziekenhuis. Dan naar de afdeling MDL. Gaan we gezellig over een maagsonde kleppen.

Ik ben in mijn nopjes. Over een week of negen als de bestralingen en chemo behandeling klaar zijn, heb ik een mooi masker voor thuis.

Leuk voor de kinderen uit de buurt.


vadertje.backme.org
voor stukkiesteun