Korrelkroniek – Twee Derde



Bestraling nummer 22 van de 33 vandaag. Twee derde van het bestralingstraject. Het is dinsdag. Drie-afspraken-dinsdag. Mondhygiëniste, bestraling en bestralingsarts. Dinsdag is het altijd druk in het ziekenhuis. Misschien propt het ziekenhuis op dinsdag de agenda zo vol mogelijk om het de rest van de week rustig te houden. Onzin natuurlijk, maar zo lijkt het wel. Alleen op dinsdag is het altijd zo loeidruk. Dit blijft overigens niet beperkt tot het ziekenhuis. Onderweg naar het ziekenhuis is het flink druk op de wegen. Alsof er nooit corona is geweest. Laat staan dat we in een kritieke fase van de pandemie zitten. Niks van te merken op de Nederlandse wegen. Overal wordt weer gewerkt. Langs de weg, maar ook rond het ziekenhuis. Ik zie overal gehelmde bouwvakkers aan het werk. Een cameraploeg die het filmt en een hoogwerker die vervaarlijk heen en weer zwiept met een groot brok iets aan zijn haak.

In de parkeergarage van het ziekenhuis is het ook al druk en pas op de laatste parkeerstrook vinden we een plekje. In het korte loopje naar het ziekenhuis. Dat gaat via een trap omhoog en een corona-route in de buitenlucht naar de hoofdingang van de poliklinieken. Bij elkaar 200 meter, schat ik. Met neon kleurige voetstapafdrukken op de stoeptegels wordt de bezoeker de juiste richting gewezen. Op de stoep schieten een motorrijder en verschillende fietsers ons in haast voorbij. Het regent en waait. Geen vrolijke setting. Om bij de hoofdingang te komen moeten we twee naast elkaar gelegen smalle ziekenhuisweggetjes oversteken. Een gaat naar beneden en de ander gaat omhoog. Die laatste is voor het brengen en halen van patiënten. Er is veel taxiverkeer. Uitkijken dus. Hoewel voetgangers voorrang hebben schieten de taxi voor je langs alsof je er niet bent. Het ziekenhuis is nabij, gelukkig. Bij de ingang staan 5 taxi’s te wachten. Eén ervan heeft mij vlak daarvoor bijna aangereden. Hij is snel weer weg. Op naar zijn volgende bijna-ongeluk.

Hoewel mijn broer Henk honderduit praat en zijn altijd opgewekte zelf is, ben ik somber gestemd. Dat komt deels door vermoeidheid en deels door mijn onvermogen mijn omgeving duidelijk te maken dat ik niet alles meer hoor. Bestralingsdoofheid. Ik laat het zo en knik af en toe op de gok. Broer Henk is, net als ik, goed opgevoed en fluistert daarom in wachtkamers van het ziekenhuis. Ook als we de enigen zijn. Ik moet me inspannen om te horen wat hij zegt. Zeker als hij richting doof oor fluistert. Het lukt uiteindelijk redelijk. Het is fijn om hem bij me te hebben. Hij bezit het vermogen de somberheid te verdrijven.

Afgezien van een enkele irritante prikkel, heb ik mijn hoest redelijk onder controle. De mondhygiëniste is geen uitbundig type. Als ze dat wel was had ze spontaan een vreugdedansje gedaan over de staat van mijn mond. Zo tevreden was ze. Overal waar ik kom hoor ik dat het veel erger kan in deze fase van de bestraling. Het zal wel. Het helpt niet. Ieder z’n eigen beleving. De bestraling verloopt ook zonder problemen en ook de bestralingsarts is tevreden. Ik blijf redelijk op gewicht. Als slotstuk krijg ik een zalfje mee voor een pijnlijke huid die ik niet heb. Uit voorzorg.

In de regen kwamen we en in de regen gaan we ook weer huiswaarts. Twee derde zit erop. Klinkt goed, als je niet verder wilt denken.

Op naar het leukste gedeelte. De autorit met broer Henk en een lekker bakkie koffie thuis.

Lees ook: Lieverdjes en steun mij en de kankerbestrijding als je kunt.

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.