Alinea

Columns. Ik ben eraan verslaafd. Om ze te lezen en om ze te schrijven. Als je ze schrijft moet je wel het arsenaal aan mogelijkheden tot je beschikking hebben. Anders wordt het ploeteren. Ik ploeter. En dat is niet alleen omdat mijn medische toestand ploeteren verklaart. Iedere columnist heeft een of meerdere uitspringende talenten. Beschouwend vermogen is het overkoepelend talent. Ik vind het prettig om een conversatie of discussie te voeren en daar mijn interpretatie van weer te geven. Een conversatie kan je sturen, tot op zekere hoogte, maar leuker is je te laten verrassen. Kinderen kunnen daar een herkenbare en onverwachte rol in spelen. Jonge kinderen, het liefst die van jezelf. Meerdere malen heb ik mijn jongste dochtertje Fleur (6) al geciteerd in mijn stukjes.

Minstens zo belangrijk is de vonk te vinden. Een vonk, inspiratie (jeukwoord!) eigenlijk, die je ergens enthousiast over maakt. Dat kan door naar iets te kijken wat je mooi vind. Er zijn mensen die kunnen eindeloos schrijven over een wandeling in de natuur. De besten kunnen je aandacht daarmee tot het eind van het verhaal vasthouden. Ik haal het vaak uit gesprekken. Vaak kom ik op ideeën na gesprekken met mijn oudste dochter Natasja. Zij daagt me intellectueel uit en zorgt ervoor dat er mooie concepten in mijn hoofd ontstaan. Een andere bron van inspiratie zijn gesprekken tussen mensen die je overal kan tegenkomen. Monteurs bij je thuis. Mensen in de supermarkt. Eigenlijk overal. Daar zitten bijna altijd mooie verhalen in.

De enige mensen die ik tegenkom zijn de mensen in het ziekenhuis. Die praten opvallend weinig met elkaar. Althans niet in wachtkamers of op de werkplekken bij de wachtkamers in de buurt. Zoals recepties. En als er al gepraat wordt, dan is het tegen mij of tegen mijn ‘tolk’. Ik kan zelden iets terugzeggen. En wat ik zeg moet kort zijn. En to the point. Anders wordt het liplezend vermogen van de gesprekspartner overbelast. Sinds Corona en Kanker is dat arsenaal stukje bij beetje bij me weggevallen. Ploeteren blijft over.

Ik kom niet in supermarkten, er komen geen mensen over de vloer. Conversaties met mijn dochtertje Fleur zijn kort en allang niet meer de leuke gesprekjes die ik met haar had. Het liplezend vermogen van mijn oudste dochter is niet van dien aard dat we hele gesprekken kunnen voeren. Ik mis mijn bijdehante zelf. Soms moet ik een grapje of opmerking 3 keer herhalen. Dan is het niet meer actueel en al zeker niet meer grappig. Het komt allemaal vast weer goed. Tot dan is het ploeteren.

Gelukkig overkwam me een alinea vanochtend:

Ik ga morgen naar het ziekenhuis omdat ik vandaag in het ziekenhuis een bekertje chocolademelk heb gedronken. Dat zit zo. Vandaag had ik een afspraak bij de dokter die mijn Kiezel heeft weggesneden. Controle. Ze was tevreden en wil me pas over 6 weken weer zien. Op mijn verzoek mag ook de PEG sonde uit mijn buik worden gehaald. Ik moest daarvoor even bij receptie Q langs om een afspraak te maken. Daar aangekomen vroegen ze of ik nuchter was, dan kon het meteen even. Daarvoor een afspraak bij de logopediste. Vrouw Linda was mijn tolk-van-de-dag, waardoor Fleurtje voordat we naar het ziekenhuis gingen afgezet moest worden bij vrienden. Omdat vrouw Linda het allemaal perfect had geregeld waren we ruim op tijd voor mijn eerste afspraak. Tijd genoeg voor een heerlijk warm bekertje chocolademelk. Who knew?

Daar zit een stukje column in, dacht ik meteen na mijn bezoek aan receptie Q.

Lees ook lieverdjes en doe wat je kan.

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.