Verdriet

Sinds ik uit het ziekenhuis ben ontslagen, slaap ik op de bank. Niet omdat ik straf heb, maar omdat ik me een verkramping hoest. Vooral als ik lig. Voornamelijk ’s nachts dus. De rest van het gezin hoeft niet wakker te liggen omdat ik binnen gehoorafstand m’n longblaasjes tegen de muren aanblaf. Sinds de bestralingen zijn afgelopen is het hoesten toegenomen. Op de een of andere manier slaap ik overdag beter dan ’s nachts. Tegenwoordig. Waarschijnlijk door de uitputtingsslagen die de nachten zijn. Een rol speelt ook dat ik dan in m’n eentje in een lekker bed lig. Dat is natuurlijk altijd beter dan de willekeurige bank.

Het aquariumlicht en de kamerverlichting gaan om 6 uur ’s ochtends automatisch aan. Meestal slaap ik dan wel. Ergens rond die tijd komt Fleur (6) naar beneden. Vaak is ze dan nog heel even slaperig en kruipt ze lekker bij me onder de dekens. Ik lazer dan nog net niet van de bank af. Het is ook het moment dat ze met de grote onderwerpen des levens komt. Dat ze heel, heel, heel veel van me houdt. Dat ze niet wil dat ik doodga. Dat ik kanker heb. Dat ik daarom niet kan praten. Ik hoef niets te zeggen. Knikken volstaat. En een glimlach. Wel zorg ik ervoor dat ze liplezend kan zien dat ik ook heel, heel, heel veel van haar houdt. Steevast levert me dat een innige knuffel op.

En dan moet er gegeten worden. Van de grote levensvragen krijg je nu eenmaal stevige trek. Op haar verzoek worden het meestal enkele crackers met smeerkaas en chocopasta. Van mij krijgt ze er altijd een snoepkomkommertje bij en een koekje. Als moeder Linda wakker is, gaat er nog een rondje gezond in. Fleur helpt met onze vier katten. Drie ervan geef ik te eten en twee ervan geeft Fleur catmilk. Ondertussen neem ik mijn medicatie en voer ik de vissen. Niet tegelijk, uiteraard. Daarna zet Fleur koffie voor me. Ze is dan heel bazig en duldt geen bemoeienissen. Ik doe m’n best om me aan haar instructies te houden, maar ik blijf wel binnen armafstand. Het gaat eigenlijk altijd goed.

Vanochtend liep het allemaal iets anders. Ik was voor zes uur al wakker. Geen idee waarom. Al blaffend heb ik het vier uur zien worden. Snel heb ik in m’n eentje de beesten eten gegeven en medicatie ingenomen zodat ik daarna op de bank kon blijven liggen. Fleur was in de speelmodus. Geen uitgebreide knuffels op de bank vandaag. Ik vond het prima. Ik was uitgeput en ik wilde slechts de tijd volmaken tot vrouw Linda acte de presence zou geven. En dan naar bed. Dat duurde langer dan me lief was. Fleur was niet van plan zachtjes te doen en ik wou haar het recht niet ontzeggen om kind te zijn.

Later, toen ik weer wakker werd in mijn eigen bed, waren vrouw Linda een dochtertje Fleur vertrokken. Het zondag ritueel. Naar paard Valiant en daarna happen bij Opa en Oma. Rond een uur of zeven zijn ze dan weer thuis. Toen Fleur eenmaal naar bed was en vrouw Linda en ik koffie aan het drinken waren, vertelde vrouw Linda dat dochtertje Fleur vanochtend in een hartverscheurende huilbui was uitgebarsten. Ik lag in bed en heb niets gehoord. Ze moest huilen om mij. Dat ik niet meer kon praten en dat ze dat mist. Dat ik zo weinig energie heb. Dat ik steeds zo vreselijk moe ben. Dat ze me daardoor zo weinig ziet. Vrouw Linda heeft haar getroost, zoals alleen moeders dat kunnen. Ze heeft geprobeerd de podcast die ik speciaal voor Fleur heb gemaakt te vinden op mijn site. Ze kon hem niet vinden. Godverdomme.

Morgen maak ik een aparte rubriek met alles wat ik ingesproken heb.

Fleur moet altijd mijn stem kunnen horen als ze dat wil. Dat is wel het minste waar ik voor kan zorgen.

Voor iedereen die hem heeft gemist: Lieve Fleur, hier is mijn stem.

Lees ook Lieverdjes en steun de strijd tegen het verdriet dat kanker heet.

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.