Leven

Soms word je gedwongen na te denken over zaken waar je eigenlijk nog helemaal niet aan toe bent. Dochtertje Fleur (6) en vrouw Linda zijn afgelopen week op stel en sprong 2 dagen en nachten weggeweest in verband met een mogelijke covid-19 besmetting. Getest en negatief. Maar wel thuisgekomen met snottebellen en keelpijn. Ik heb nu eenmaal een gat van 9mm diameter in mijn keel dat regelmatig ‘open’ ligt voor onderhoud. De conclusie ligt voor de hand: binnen 1 dag door overgesprongen virusdeeltjes, snot in mijn longen en keelpijn. De afgelopen dagen heb ik gehoest als nooit te voren. Snot, ontstekingsvocht, bloed. De hele santenkraam. Mijn spreekdopje is al twee dagen werkeloos. Spreken met een schrale, ontstoken keel is instant hoestgeweld.

Als het mis gaat in mijn keel, zorgt dat voor een enorme hap uit mijn dag. Urenlang ben ik noodgedwongen bezig met onderhoud. De productie van lichamelijke vloeistoffen die via mijn keelgat naar buiten willen is van dien aard dat een lappenmand in de buurt moet zijn. Anders ligt stikgevaar op de loer. Of in ieder geval zeer oncomfortabele benauwdheid. De kriebels die hiervoor zorgen laten zich niet sturen, noch onderdrukken. Ook in gezelschap zit ik dus af en toe onbedaarlijk te hoesten. Tranen in mijn ogen en een rood hoofd met opgezette aderen is hun niet te benijden beeld. De swabs (oorstaafjes op anabolen) zijn niet aan te slepen. Al draaiend in mijn keelgat rol ik snot, slijm en bloed aan mijn swabs. Ondertussen daarmee nieuwe hoestprikkels opwekkend. Om moedeloos van te worden.

Vrouw Linda zit naast me en aanschouwt al een tijdje het hoesttafereel. Ze heeft zichtbaar met me te doen en somt op waar ik allemaal last van heb gedurende de dag. Ze spreekt haar hoop uit dat er ergens in de nabije toekomst een omslagpunt komt. Dat het vanaf daar allemaal een beetje beter wordt. En dan zegt ze de woorden die nu nog door mijn hoofd spoken:

“Zo is het ook geen leven.”

Ik kijk vrouw Linda verbijsterd aan. Het was nog geen enkele keer in mij opgekomen om me de status van de kwaliteit van mijn leven onder de loep te nemen. Een wervelwind aan gedachten richten een ravage aan in mijn hoofd. Als de storm een beetje is gaan liggen – dat is vrij snel – vraag ik vrouw Linda of ze suggereert dat ik een eind aan mijn leven moet maken. Ik weet ook wel dat ze dat zo niet bedoelt, maar het zet het gesprek wel meteen op scherp. Vrouw Linda denkt na. Dan volgt het enige antwoord dat logisch is. “Ik gun je een beter leven.” “En dat is beter dan het leven dat je nu hebt.” Natuurlijk eindigt het gesprek met de nodige nuance en een fijne knuffel. Zoals meestal.

Mijn hersenen zijn duidelijk nog niet zover dat ik bereid ben serieus na te denken over een voortijdige sprong in het eeuwige niets. Ik kaap de opmerking van vrouw Linda en misbruik ‘m nu te pas en te onpas. Waarschijnlijk om mezelf te laten wennen aan het idee dat ik daarover moet gaan nadenken. Ik ben de hordes aan het nemen. Gelukkig doet vrouw Linda mee aan mijn morbide humor. Tot ik het overdrijf. En dat doe ik uiteindelijk altijd. Al een paar keer heeft vrouw Linda mijn dreiging om van een flatgebouw af te springen moeten liplezen. In mijn achterhoofd had ik Herman Brood. Vandaar waarschijnlijk een hoog gebouw. Maar dat terzijde. Bijdehand als vrouw Linda is gaf ze mij als repliek dat ik het dichtstbijzijnde flatgebouw niet eens zou halen, met die longen van mij. Ik vond dat erg grappig. Vanavond kondigt ze aan dat ze zondag een paar uur weg is. Iets met een paard. Ik vraag haar of ze oppas heeft geregeld voor Fleurtje. Vragend kijkt ze me aan. “Voor het geval ik toch dat flatgebouw heb gehaald.”

“Oh, maar dan kan ze gewoon naar Opa.”

Het Moet Maar


Disclaimer: gratis lezen mag, doneren doet leven en kan via vadertje.backme.org

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.