Volksbuurt onder een tegel

Ik woon in een volksbuurtje. Het buurtje staat al ruim 100 jaar en is een paar jaar geleden eindelijk gerenoveerd. Ik woon er al bijna 2 decennia. In een simpel, maar gezellig klein huisje. Precies groot genoeg. Een lekker tuintje. Meer heb ik niet nodig. Als het aan de woningbouwvereniging had gelegen was ik allang weggeweest. Een tijdje geleden was het beleid om de bewoners – met name de wat oudere – te verleiden elders te gaan wonen. Dan konden de huisjes waar zij al lange tijd in woonden opgeknapt worden en weer in de markt gezet worden tegen een veel hogere huurprijs. Voor een groot deel is dat gelukt. Er zitten niet veel ‘oudgedienden’ meer.

Er werd toen ingezet op jonge gezinnen die, vaak door gezinsuitbreiding, na een paar jaar toch wel weer groter zouden gaan wonen. En dan kon er weer een nieuw gezinnetje in. Wel na een opknapbeurt en een huurverhoging, uiteraard. Maar goed, ik ben gewoon blijven zitten. Om langzaam in te lopen op de huurprijs die ze eigenlijk willen krijg ik natuurlijk wel elk jaar de maximaal toegestane huurverhoging om m’n oren. Ik woon hier heerlijk, dus dat neem ik graag voor lief. Heerlijk is misschien wat overdreven, maar fijn genoeg om niet weg te willen. Ik heb een milde vorm van haat-liefde verhouding met mijn buurtje.

Het leven in mijn volksbuurtje kan je vergelijken met het leven onder een tegel. Elk jaar bij de eerste beste mooie dag zit er plots leven in de straten. Alsof je een tegel optilt waaronder het krioelt van het leven, dat druk heen en weer rent als het daglicht erop valt. De tuinen zitten vol en overal muziek. Zeker als die eerste echt mooie dag op Koningsdag valt. Je hoort dan ook waar gezinsuitbreiding heeft plaatsgevonden in de wat minder aangename geluidsoverdracht van krijsende baby’s. Tot voor kort verhinderde de inmiddels geïsoleerde woningen dat het gekrijs mijn gehoorkanalen bereikte. Nu staan de kinderwagens buiten en dus ook het bijbehorende geluid.

Mensen die ik sinds vorige zomer niet heb gezien, zag ik vandaag weer voorbij schuifelen. Verderop in de staat waren zelfs die afschuwelijke oranje wegoverspanningen aangebracht. Je weet wel. Die touwtjes met oranje driehoekjes eraan. Vreselijk. Maar goed. Mijn witte buurman denkt kennelijk dat er geen corona is, net zoals de helft van dit buurtje, want die zaten allemaal gezellig bij hem in de tuin. De kersverse baby krijsend ertussen. De muziek op maximaal. Onbekend Nederlandstalig. En dat is nooit goed.

Naarmate de dag vordert slaat de meter door naar het ‘haat’ gedeelte van de haat-liefde verhouding. Het gebral en de muziek zijn door alcohol en waarschijnlijk nog wat andere middelen de grenzen van het betamelijke voorbij. Tijd voor mij om met m’n boek weg te kruipen achter de geluidloosheid van de dubbele glasramen. Het gekrioel stopt.

Het voelt alsof ik de tegel weer heb laten vallen.

 

Disclaimer: Gratis lezen mag, doneren houdt mij in de lucht!
vadertje.backme.org

 

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.