Lachen

Wat maakt een arbeidersbuurtje leuk? Het is kneuterig gezellig. Het is gezellig rommelig. Er gebeurt altijd wat. Het is Madurodam op anabolen. Iedereen kent elkaar. Clichés. En ze kloppen min of meer. Een nadeel zit in de omvang. Zeker als je er al heel lang woont. Dan kom je onvermijdelijk een keer ruimte tekort. Als je door de buurt loopt kun je het zien. Hier en daar staan in elkaar geknutselde uitbreidingen, zoals een aangebouwd schuurtje of overkapping. Dat soort dingen. Volgepropt met in de jaren verzamelde troep waar geen afscheid van kan worden genomen.

Af en toe word je door andere partijen gedwongen vervelende keuzes maken die beperkend in je leefruimte grijpen. Kleine huizen hebben kleine tuinen. In veel kleine tuinen passen geen vier afvalcontainers. Jawel, vier. Restafvalcontainer, groencontainer, papiercontainer en plasticcontainer. Ik had ze daarom alle vier netjes tegen mijn schutting aan de trottoirzijde geparkeerd. Jaren is dat goed gegaan. Iedereen kon er makkelijk langs. Niemand had geklaagd. Voor zover ik weet. Het is geen klik-buurtje. Iedereen wil wel alles van elkaar weten, maar niemand gaat zeuren bij politie of gemeente. Ik denk zelf dat het aan de ligging van mijn huisje ligt. Tegenover een plantsoen, waar de plantsoendienst regelmatig zijn medewerkers een paar dagen op schep of hark laat leunen. En er staat een openbare prullenbak naast het plantsoen. Die wordt iedere woensdag door Onslow in een dinky-toy met zwaailicht geleegd. Potentiële klikkers.

Of het zijn gewoon de jeukambtenaren van Toezicht & Handhaving die ik wel eens in hun autootjes door de buurt zie rijden. Hoe dan ook; er lag op een gegeven moment een briefje van de gemeente op m’n deurmat dat mijn containers ‘buiten de daarvoor geldende tijdspanne’ op de openbare weg stonden. Of ik ze maar even weg wilde halen. Anders boete. Fuck. Vier containers in mijn daarvoor te kleine tuin. Normaal gesproken zou ik ze gewoon laten staan en stennis schoppen als het tot een confrontatie komt. Maar het is niet de eerste keer dat ik bovenaan het lijstje van de gemeente sta van ‘lastig te vallen inwoners.’ In mijn pre-kanker-tijdperk heb ik het al twee keer eerder aan de stok gehad met de kliko-gestapo. De eerste keer was ik verbijsterd en overrompeld. De deurbel. Ik deed open en er stonden twee mensen in uniform. Een functionaris van Toezicht & Handhaving (denk ik) en de tweede was een politieagente die achter de functionaris stond met haar hand op haar holster. Klaar om het pistool te trekken. I kid you not.

De functionaris zei dat er geconstateerd was dat ik mijn afval niet correct had gescheiden. Er zat iets (god als ik weet wat) in de verkeerde container. Dit was een waarschuwing. De volgende keer kon ik een fikse boete tegemoet zien. Hoewel ik toen nog gewoon kon spreken, was ik sprakeloos. Lachen ging wel. Dus heb ik ze uit staan lachen en de deur dichtgegooid. Een paar weken later kwam ik ’s middags thuis. Er zat een man in uniform met latex handschoentjes mijn vuilniszakken uit de grijze container open te trekken en de inhoud ervan voor zich op het trottoir uit te spreiden. Zoekend naar illegaal afval.

Het was een dinsdag. Dan staan alle containers van de huizen uit mijn stukje buurt voor mijn schutting. Klaar om opgehaald te worden. Mijn container was de enige die werd gecontroleerd. Ik had het kennelijk goed gedaan. Geen briefjes of bezoekjes. Alles bij elkaar heeft ertoe geleid dat ik een stuk tuin heb ontgroend om ruimte te maken voor de containers.

Als zij nu boeven gaan vangen, is het toch nog ergens goed voor geweest.

Moet ik toch wéér lachen, ineens.

Disclaimer: Gratis lezen mag, doneren helpt mij in de lucht te houden en kan via:
vadertje.backme.org

 

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.