Opbeurend

Ik wil nog wel eens losse flodders op Twitter loslaten. Gedachten die in me opkomen klakkeloos neerkwakken om de meeste vervolgens het putje van de vergetelheid in te zien draaien. Geeft niks. Daar is Twitter voor. Eén van de flodders was ingegeven door het ontbreken van de zaterdagcolumn van Eva Hoeke. Daar kijk ik altijd naar uit. Zij is waarlijk een virtuoos als het op dat genre aankomt. Net zoals de gewone sterveling heeft zij natuurlijk ook gewoon vakantie. Dat maakt de onverwachte teleurstelling niet minder, maar wel begrijpelijk. Kerstvakantie. De meeste columnisten hebben een paar weken vrij in deze perioden. Soit. Hoort erbij. Is ze gegund. Enzovoorts.

Maar wel kut.

Dus had ik dit op Twitter gegooid:

“Het meest vervelende aan de kerstperiode is dat de meeste columnisten vrij zijn en ons daarom geen hart onder de riem kunnen steken.

Daar kwam een reactie van één van mijn trouwste lezers op:

“Misschien iets voor jou om een opbeurend stukje te schrijven 🤔”

Dat was zowel grappig als cynisch bedoeld. Het is volgens mij namelijk alweer een behoorlijk lange tijd geleden dat ik iets vrolijks heb genoteerd. Ook al weer begrijpelijk als je de omstandigheden in aanmerking neemt. Nee, dat ga ik niet (nog een keer) uitleggen. Dan moet je m’n stukjes maar lezen! Maar goed, het zette me wel aan het denken. Al dat gemekker van me de laatste tijd. Als ik het teruglees dan denk ik zelfs: “Jezus, man, schrijf ‘ns wat anders, gek.” Maar wat dan? Moet ik dan gemaakt vrolijk gaan zitten doen om de bühne te vermaken? Ook daar zou je ‘ja’ op kunnen antwoorden. Hoeveel schrijvers doen dat niet? Sowieso de groten onder ons. Die schrijven nooit uitvoerig over hun persoonlijke besognes. Een ongeschreven regel: verveel de mensen niet met je persoonlijke ach en wee.

Het is waar. Ik houd geen rekening met de lezer. Ik doe maar wat en dat is tegenwoordig meestal zwartgallig. Vragen om vergeving (wat dat betreft) is ook al niet mijn sterkste punt. Het nihilisme heeft me bijna geconsumeerd. Het was altijd zo dat de kleinste, mooie dingetjes me inspireerden tot hoopvolle schrijfsels. Dat is niet meer zo. Mijn blik naar buiten weerspiegelt vrijwel uitsluitend duisternis. Maar ik merk af en toe nog wel dat ik geroerd kan worden. Dus ben ik misschien nog niet geheel afgeschreven. Als ik nu een simpele vergelijking van mijn leven moet maken dan is het met een ijsje. Als je het stokje ziet is het ijsje nog steeds net zo lekker, maar het gaat wel steeds sneller en is bijna op.

Opgeven doe ik niet graag en daarom ook zelden. Ik blijf zoeken naar het optimisme in het pessimistisch bestaan. En er zijn gelukkig wel handvatten waar ik me aan vast kan houden. Al wordt de grip losser. Ondertussen is het me weer niet gelukt een opbeurend stukje te schrijven, maar misschien kan ik het hoopvol eindigen. Volgens Willem Frederik Hermans (1921-1995) had de pessimist altijd gelijk. “Het leven is een ‘klimpartij in een gore steeg’, en wie dat niet ziet houdt zichzelf voor de gek,” zei hij ooit.

Ik wil daaraan toevoegen:

(…) maar als je eenmaal boven bent kun je wel de maan in volle glorie zien schijnen.

De opbeurende waarde hiervan laat ik geheel aan u.

Disclaimer: gratis stukje, doneren en delen is lief:
vadertje.backme.org

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.