Volgende keer dan maar



Ik sta met een kop koffie door mijn raam te kijken naar het bestruikte plantsoen schuin aan de overkant van de straat. Zojuist is daar de strafkolonie gearriveerd om met veel bombarie de bodem van onkruid en dode bladeren te ontdoen. Het is een bont gezelschap. Een vrolijke roodharige sproetenkop staat driftig tussen de struiken te harken. Luid meezingend met een voor mij onhoorbaar muziekje dat uit de ‘oortjes’ van zijn telefoon komt. Een minder vrolijke bleekscheet loopt langzaam rondom het struikenveldje. Omgekeerd petje op z’n hoofd en een zorgelijke blik op zijn telefoon. Hij draagt een grijze joggingbroek waarvan het kruis tussen zijn knieën hangt. Een rokende, iets minder jonge plantsoenwerker is op zoek naar zijn hark. Eenmaal gevonden gaat hij tevreden leunend tegen een boom staan. Hij kijkt naar de iets jongere collega’s en roept af en toe iets.

Er lopen twee ouderen mee. De ‘ouwe poep’ zoals ze in het leger zouden zeggen. De ervaren rotten. Eén is de baas, maar heeft niets in de hand. Hij draagt een petje, die hij regelmatig van zijn hoofd trekt om met dezelfde hand over zijn bijna kale hoofd te krabben. De andere ouwe rot werkt. Niets meer en niets minder. Hij kijkt niet op of om, maar doet routinematig wat van hem wordt verlangd. Ik denk dat hij de meest productieve van het stel is.

De hiërarchie is te bepalen aan het soort werkkleding. Onderaan de kasteladder bungelen de niet-passende oranje vestjes. Die zijn duidelijk – tijdelijk – uitgeleend. Daarna komen de jasjes. Dat zijn eigenlijk dezelfde fel oranje vestjes, maar dan met mouwen. Die zijn er al wat langer. De zwijgzame ouwe rot draagt een blauw/oranje overall en is onafscheidelijk van zijn hark. Die harkt en schept ongetwijfeld tot aan zijn pensioen in talloze plantsoenen en parken. De man met de pet draagt dezelfde overall, maar mét jas. Hij concentreert zich op de stapels onkruid en bladeren die zich aan het vormen zijn langs de rand van het struikenparadijs. Hij loopt er langs met stoffer en blik (maar dan heel groot) en maakt steeds aanstalten de stapel op te vegen, maar doet het vooralsnog niet. Zoals zo vaak met (tussen)bazen, is zijn aanwezigheid overbodig. Pas als de ervaren rot aankomt met een gigantische schep (formaat sneeuwschuiver) harkt baas Pet een beetje mee.

Het is een regelmatig terugkerend ritueel. Vaak met wisselende ploegen. Altijd hetzelfde resultaat. Een metafoor voor de ‘circle of life’. Of voor de zinloosheid van het bestaan. Of voor de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Enfin, take your pick.

Vandaag was het een welkome afleiding. De bouwvak staat op punt van beginnen. Het episch centrum van de renovatie van mijn buurtje, dat op de parkeerplaats voor mijn deur staat, gaat een paar weken dicht. Even geen drukte van belang voor mijn deur. Een van de bekende gezichten van de werklui die mijn huis inmiddels goed kennen, kwam nog even snel een ventilatieluik plaatsen. Dat is fijn want als er tijdens de bouwvak een storm losbarst, dan blijft hij deze keer tenminste buiten.

Mijn koffie is op. Ik had hier eigenlijk willen schrijven over mijn tanende gezondheid. En de bevestiging die ik gisteren daarvan kreeg bij de tandarts. Eén kies moet eruit en zes gaatjes moeten worden gevuld. Ik zoek daar nog een plek voor, zodat ik er een stukje over kan schrijven. Volgende keer dan maar.

De ervaren rot blaast met een bladblazer lawaaierig de aftocht en de rust keert terug voor mijn deur.

Het plantsoen ligt er weer fantastisch bij.

Disclaimer: gratis stukkie, donaties zijn welkom via:
vadertje.backme.org

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.