Zeep

Afgelopen week kwam ik terecht in de wereld van de handzeepjes. Dat zit zo. In coronatijd waren de pompflacons met desinfecterende gel in overvloed aanwezig. Overal – in de supermarkt – kwam je ze tegen. Ze hadden een apart schap en dwars door de gangpaden tot aan de kassa stonden displays met bacteriedodende smeerproducten.

Ik sloeg toentertijd een aantal van die producten in. Niet veel later kregen ze bij mijn dagelijkse tracheastoma-verzorging een belangrijke nevenfunctie: gemengd met een beetje water kan ik mijn schwabs (een wattenstaafje maar dan groot; niet gerelateerd aan Klaus) daarin ontsmetten, waardoor hergebruik tijdelijk mogelijk werd. Geen overbodige luxe in mijn geval, gezien de productie door mijn longen van enorme hoeveelheden opgehoest slijm.

Maar goed.

De gels waren op. Dus tijd voor een nieuw voorraadje. Een bezoek aan wat niet zolang geleden mijn favoriete supermarkt was, was onvermijdelijk. De Hoogvliet supermarkt heeft niet zo lang geleden een grondige verbouwing ondergaan. Waarschijnlijk een verbetering, maar niet voor een gebrekkige ouwe kerel, die meer dan ooit behoefte heeft aan herkenning. Alle afdelingen zijn van plek veranderd, maar het allerergste zijn de scankassa’s. De Hoogvliet was als het kleine dorpje in Gallië dat als enige dapper weerstand bood aan de Romeinen van Julius Caesar, maar is nu toch veroverd. Het kneuterige, charmante van de vorm tussen kruidenier en supermarkt was weg. Al was het nog steeds niet een ‘net-niet-supermarkt’.

Geloof het of niet, maar de eerste vijf keer dat ik daar, na de verbouwing, boodschappen deed werd ik gecontroleerd. De scankassa’s zijn van een zeldzaam onvriendelijke makelij. Een lichtpilaar torent hoog boven de scanunit uit. Ben je uitverkoren dan gaat er een rood alarmlicht knipperen, wat doet vermoeden dat er een winkelroof plaatsheeft. Medewerkers die me al jaren begroeten, staan nu mijn tassen leeg te halen om te kijken of er iets niet in de haak is. Ik krijg daar geen ander gevoel bij dan vernedering.

Maar ik dwaal af.

Antibacteriële handzeep. Ik kon het nergens meer vinden. Althans niet de soort, op alcoholbasis, die bacterieel leven uitroeit. Wel een schap vol met soortgelijke producten, van een mildere aard. Toen ik bij dat schap was aangekomen was ik redelijk opgewekt. Dat kwam omdat het niet erg druk was en de klanten die er liepen, waren in een soort rustgevend interbellum ná Sinterklaas en nog ruim vóór de Kerststress. Zonder uitzondering liepen ze met een glimlach rond. De vriendelijkheid zelve. Achteraf gezien, vrij eng.

Mijn ogen dwaalden over het enorme schap. Uiteindelijk kwam mijn blik tot stilstand bij een handpompje van unicura. Ik schrok. Ik kende dat logo. Ik was niet meer in de Hoogvliet. Ik stond bij mijn moeder in de keuken van onze drive-in woning aan de hei in Bussum. Mijn moeder had een blok zeep in haar hand van unicura. Geurloze zeep. Het schuimde als een malle. Moeiteloos verplaatsten we ons naar de badkamer. Ik stond naast mijn moeder die haar handen waste met LUX. Ook al een blok zeep. Lichtroze met de letters LUX eruit gesneden. Ik kan niet meer ruiken, maar ik weet nog precies hoe LUX rook. In de hoek, op de badrand stonden badproducten van FA. Die geur (limoen) ruikt alsof hij nu mijn neus ingaat. Ze heeft haar badmuts op, bedekt met plastic rozen. Ze neuriet, zoals altijd. Ik mis haar opeens verschrikkelijk.

Mijn zoektocht naar vernietigende handzeep was mislukt. Nou ja, niet helemaal. De herinnering kan ik weer even koesteren en misschien nog wat rekken. Het logo zal ik nog wel even tegen blijven komen. In mijn keuken.

Mijn schwabs staan namelijk nu in de unicura.

Disclaimer: gratis overpeinzing, doneren is aardig en kan via
vadertje.backme.org

 

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.