Kruipend verder

Het is halverwege januari 2024. Tijd voor een ’tussenstand.’

Toen ik ruim drie jaar geleden begon met de Kiezelkronieken te schrijven, was dit om bijzondere verhalen uit ziekenhuizen én hun mensen te delen, maar ook om mijn aanstaande omgang met kanker enigszins te kanaliseren. De verhalen waren in overvloed aanwezig, omdat ik wekelijks – in sommige perioden zelfs dagelijks – naar verschillende ziekenhuizen moest. De climax was de uiteindelijke verwijdering van een keeltumor (De Kiezel) van zes centimeter die zich aan mijn strottenhoofd had gehecht.

Hoewel ik geen spijt heb van de beslissing om De Kiezel operatief te laten verwijderen, heb ik nooit kunnen bevroeden wat de gevolgen op de lange termijn zouden zijn.

Los van de fysieke complicaties (onder andere: geen stem, geen reuk, nauwelijks smaak), heb ik de impact op mijn onverwoestbaar geachte geest verontrustend onderschat. Het leven, waar ik nog steeds ontiegelijk verliefd op ben, is moeilijk te leven als de beperkingen zich opstapelen. Hele basale behoeften zijn verworden tot kolossaal gemis. Even de deksel lichten van de pan om een geurtje op te snuiven. Überhaupt verrast worden door herinneringen via geur. Een klein gesprekje in de supermarkt. Tijdens pauzes in theaters of bioscoop een gesprekje voeren. Allemaal onmogelijk. Zeker met teveel omgevingsgeluid. Dat kan mijn spraakversterker (TruTone) niet overstemmen. Direct antwoorden op een vraag van dochtertje Fleur (9) gaat meestal vooraf aan een zoektochtje naar mijn TruTone.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van kleine dagelijkse ergernissen. Die zijn de afgelopen drie jaar alleen maar toegenomen. En het wordt erger.

Ik zit midden in een vijf jaar durende ‘pauze.’ Als ik die overleef, dan stijgt voor het eerst de kans boven de vijftig procent dat de kanker niet terugkeert. Iets meer dan de helft. Er gebeurt in die pauzeperiode vrij weinig als het gaat om ziekenhuisbezoek. Sommige periodieke controles, meestal halfjaarlijks, zijn er nog wel, maar ik moet vooral symptomen in de gaten houden. Ik mis zelfs mijn verblijf in wachtkamers, waar vaak mooie verhalen zich voor mijn ogen afspeelden. Het meest mis ik nog de troost thuis. Die vond ik bij degene die tegelijkertijd met mijn Kiezel uit mijn leven verdween. Ik, die altijd zo goed alleen kon zijn, kan dat helemaal niet zo goed meer.

Mijn falende organen en het slopende karakter van kanker dwingen me tot een bestaan dat ik nooit had kunnen voorzien.

De laatste ontwikkeling die het verloop van het kankerproces naar de achtergrond heeft gedrongen is een ‘nieuwe’ ongenode gast: COPD. Hoewel ik ruim drie jaar geleden gestopt ben met roken, heb ik mezelf in het leven daarvoor al de das omgedaan. Uit het niets blijkt COPD mijn doodsvonnis te zijn. Ik weet niet of dit nog onder ironie valt, maar anders dan erom lachen kan niet. Mijn longcapaciteit is nog maar twintig procent en neemt gestaag verder af totdat mijn longen het helemaal opgeven. Tussen de drie en de tien jaar, is de prognose. Daarvan zijn al minimaal drie jaar voorbij. En ik merk het. Elke dag.

Het ergste vind ik allang de ziektes niet meer. Het isolement waarin ik mezelf manoeuvreer wel. De praktische belemmeringen zijn irritant en hebben zeker een flink aandeel in mijn isolement, maar de moedeloosheid waartegen mijn geest zich moet verzetten is de échte strijd. Ik laat dingen veel meer dan dat ik ze doe. Soms gedwongen door fysieke beperkingen, maar vaker omdat ik het niet meer op kan brengen mijn doorzettingsvermogen op z’n verantwoordelijkheid te wijzen. Juist dat moet ik natuurlijk wel doen, om niet helemaal in een bodemloze put te lazerstralen.

Inmiddels ben ik zestig. Volgens sommige doktoren een medisch wonder. Ik vind mezelf eerder een medische rariteit. Om me heen vallen ze bij bosjes. Dat verwart me enorm. Zoveel verlies zorgt voor een permanente staat van verdriet, waardoor ik tegen bijna alles huizenhoog opzie. Ik heb nog lang geen vrede gesloten met mijn beperkingen. Dat is wel duidelijk. Oplossingen zijn er niet. Hier en daar een pleistertje. Dus kruip ik maar gewoon verder.

Ik kan niet anders.

Disclaimer: zie alle voorgaande disclaimers in mijn stukkies.
vadertje.backme.org

 

 

 

 

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

3 gedachten over “Kruipend verder”

  1. Ach Menno, wat een verdrietig verhaal. Lees je pas voor het eerst.

    Kan veel dingen meevoelen want ook ik leef met een lijf met steeds grotere beperkingen. Maar ik ben in principe tot nu toe gezond.
    Als ik lees hoe jij je doir het leven slaat prijs ik me gelukkig, al kan ik nauwelijks meer lopen, heb altijd pijn en kan steeds minder. Woon ook alleen, dat is zo gelopen en ik zou niet anders meer willen. Heb een moeilijk leven gehad maar ben nu (73 jr) gelukkig met de familie die eindelijk van mijn bestaan mocht weten, met mijn 3 Chinese bonusdochters die op mijn pad kwamen.
    Realiseer me door jouw stukje dat ik niks te klagen heb ondanks mijn forse beperkingen en de pijn. Niks. Want ik ben gezond en dus niet bang. Dank voor dit inzicht.
    Heel veel sterkte en goeds voir jou nu en in de nabije toekomst😘

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.