Blij

Mijn directe omgeving was opgeluchter en blijer dan ik.

Dat is fijn en hartverwarmend. Ik had daar natuurlijk – qua vreugde – met kop en schouders boven uit moeten steken, maar dat was niet zo. Ik voelde weinig. Als ik al iets voelde was het schrik omdat ik zo weinig voelde. Geen van de emoties die bij het nieuws paste, boerde bij me op. Was het dan zover? Ben ik eindelijk dusdanig murw geslagen door het leven van een permanente patiënt dat mijn afgestompte emoties nog het meest lijken op een flatliner? Deze gedachten beheersten de rest van mijn dag. Gejubel alom en ik werd alleen maar triester. Het doet allemaal nogal ondankbaar voorkomen. Dat besef ik, maar dat is verre van het geval.

Diezelfde avond bleek dat ik nog zat emoties over had, toen door een filmscène van niks (twee zoenende mensen) ineens de tranen over mijn wangen biggelden. Om mezelf daarna meteen uit te lachen. Als een boer met kiespijn, dat wel. Maar goed. De emoties huisden kennelijk nog wel in mij, alleen waren ze compleet de weg kwijt. Het resultaat van een onwennig bestaan, vermoed ik.

Mijn dagelijkse sleur is vervelend, tijdrovend, energievretend en vol met – soms onverwachte – obstakels. Om maar een voorbeeld te noemen: Om nog enigszins gebruik te kunnen maken van die paar longblaasjes die ik over heb (COPD), ben ik minimaal vier uur per dag aan een apparaat gekluisterd dat via een verdampingssysteem vloeibare medicatie en natriumhoudend vocht mijn longen inpompt. Hierdoor komt allerlei afgestorven troep los te zitten dat ik na zo’n sessie moet verwijderen uit mijn tracheostoma. Een onfris en bloederig maar noodzakelijk werkje. Niet zo lang geleden kon ik nog wel eens zo’n behandeling overslaan of uitstellen. Dat kan nog steeds, maar daar betaal ik wel de prijs voor. En die wordt steeds hoger. Fysieke uitputtingsslagen, zijn het. Om nog maar te zwijgen over de mentale impact van het verlies van een sociaal leven vol vurige conversaties en blozende wangen. Mijn toekomstplannen zijn allang niet meer grensoverschrijdend (letterlijk!), maar beperken zich tot huis en tuin. Vurig converseren doe ik nog wel. Vooral met mijn vader. Elke dag sinds hij stierf op één april 1997. Maar dat telt niet echt.

Na een week mocht ik (lees: dochter Natasja) bellen voor de uitslagen. Na veel heen en weer gebel belde dan uiteindelijk de behandelend arts (op haar vrije dag, nota bene) met dochter Natasja. Goed nieuws. De MRI, PET en CT scan wezen geen terugkeer aan van tumorweefsel. Wel was er door ontstaan littekenweefsel een vernauwing van de luchtpijp zichtbaar. Maar dat was niet iets om ons zorgen over te maken. ‘Speak for yourself. Weet je hoe kut zo’n vernauwing is?’ dacht ik.

Hoe kut bleek zaterdag toen het uitgebreide verslag in Mijn Dossier was gezet. In anderhalf jaar van 16 mm naar 10 mm diameter. Het stond in een bijzinnetje. Het vooruitzicht dat ik niet weer een slopend traject in moet vanwege terugkerende kanker is natuurlijk heugelijk nieuws. Het vooruitzicht van een toenemende strijd tegen onomkeerbare aftakeling is dat niet. Die zes millimeter vernauwing is een reuzenstap die de rand van de afgrond zichtbaar maakt.

Dat naderende onheil is, denk ik, de kern van mijn afgevlakte vreugdegevoel bij goed nieuws. Van welke aard dan ook.

Ik twijfel ook steeds meer aan mijn intelligentie, want ik blijf maar doorgaan.

Hoop tegen beter weten in.

Disclaimer: Lees en deel en/of doneer als je wilt. Hoe dan ook: bedankt.
vadertje.backme.org

 

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.