Wat moet je anders?

Wat zal ’t zijn geweest? Een week of anderhalf?

In ieder geval heeft het weinig uitgehaald. Mijn afwezigheid van sociale media. Iedereen in mijn omgeving – dat zijn er gelukkig niet zo veel – vond het een goed idee om zo’n pauze in te lassen. Dat sterkte me in mijn voornemen. Achteraf gezien was het dat niet. Voor ieder ander mens zou ik het waarschijnlijk aanraden. De voordelen van zo’n pauze zijn er echt wel. Zie het als een soort van onderbuik ontgifting.

In mijn geval bleken de voordelen niet op te wegen tegen de nadelen. Mijn onvrijwillige afwezigheid uit het ‘normale’ sociale leven, dreef me in eerste instantie richting alternatief sociaal contact. Ik (her)ontdekte twitter en aanverwante platforms, vlak voordat er bij mij keelkanker werd geconstateerd. De kanker en de constante race langs de rand van de afgrond die volgde, zorgde ervoor dat sociale media een prominente rol ging spelen in mijn leven. Hoewel ik, zeker in het begin, het échte contact miste (dat doe ik overigens nog steeds), was sociale media ’the next best thing’ om nog enigszins sociaal actief te blijven.

In mijn vorige stukje geef ik min of meer de schuld aan de sociale media voor mijn groeiende, ongeleide boosheid. Dat is onterecht. Die boosheid loopt ongeveer gelijk met mijn aftakelende gezondheid en vindt zijn oorsprong in onmacht. En, natuurlijk, mijn onvermogen dat te accepteren.

Mijn verstand en mijn gevoel zijn geen match. Nooit geweest. Alles wat mijn geest logisch vindt, dwarsboomt mijn gevoel. Zo weet mijn geest heel goed – en kan dat ook uitstekende beredeneren – dat er bepaalde zaken in het leven zijn die je moet accepteren omdat er nu eenmaal niets aan te veranderen valt. Doodgaan, bijvoorbeeld. Daar hoef je dus niet mee aan te komen bij de heerser over mijn gemoedstoestand. Die is niet in staat om het onvermijdelijke te accepteren. Een goede twittervriend zei ooit eens (ik heb dit al eens eerder opgeschreven) nadat hem onbeschrijflijk verdriet overkwam, dat hij maar gewoon doorging. ‘Wat moet je anders?’

Ik houd me die wijsheid vaak voor als ik weer eens met mezelf overhoop lig. Dichterbij troost dan dat eenvoudige zinnetje kom ik niet. Troost vind ik zelden omdat er altijd een onbevredigende kant aan zit. Het onvermijdelijke. In die zin is troost tegelijkertijd een molensteen om m’n nek. Een warme deken over mijn lijf, maar de matras is een spijkerbed. Leuk voor een fakir, maar niet voor mij. Schrijfster en voorbeeld Eva Hoeke zei ooit tegen mij dat de wereld mijn blik naar buiten verdient. Haar manier om te zeggen dat ik minder naar binnen moet kijken, maar juist naar de opmerkelijke dingen die om ons heen gebeuren. Dat was een uitstekende raad. Hoewel mijn blikveld toen aanzienlijk groter was, kan het geen kwaad om mijn verrekijker weer eens om te draaien. Mezelf ben ik inmiddels al weer aardig zat.

Hoe dan ook, ik ga weer fijn alle gemoedstoestanden die ik rijk ben rondspritzen op de verschillende mediaplatforms. En af en toe proberen opmerkelijke zaken in een stukje te gieten.

Wat moet ik anders?

Disclaimer: onveranderd.
vadertje.backme.org

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.