Bofkont

Terwijl de wereld volledig de weg kwijt is en iedereen ruzie heeft met iedereen, zou je bijna vergeten dat sommigen van ons ook nog een persoonlijk gevecht voeren. Niet tegen een ander, maar tegen ziekte, verdriet, rouw of ander ongemak.

Mensen met kanker, mits tijdig ontdekt, kunnen nog een lange tijd mee. Dankzij dezelfde wetenschap die ons heeft verlost van, ik noem maar wat, kinkhoest en mazelen. Over mij is een tijdje geleden al een doodvonnis uitgesproken. Verrassend genoeg lijkt het er niet op dat ik aan kanker zal sterven, maar aan de gevolgen van COPD. Recent onderzoek heeft – gelukkig – aangetoond dat de terugkeer van kanker vooralsnog niet binnen mijn lijf is geconstateerd. Bijna vier jaar kankervrij.

Voor wat betreft de COPD is dat een ander verhaal. Mijn laatste bezoek aan de longarts van het AUMC leverde me een prognose tussen de drie en de tien jaar op. Aankomende donderdag volgt een longfunctietest. De tweede die ik in het AUMC krijg. De laatste die ik had, wees uit dat nog maar 24% van mijn longen enigszins z’n best doet om de rest van mijn lijf van zuurstof te voorzien. COPD is een niet te stoppen proces. Vertragen is het maximale wat de medische wetenschap tot nu toe kan doen.

Aankomende donderdag wordt daarom het zoveelste meetpunt waar ik niet naar uitkijk. Deze kan me waarschijnlijk wat accurater voorspellen wanneer het tijd wordt om zes planken op maat te gaan zagen. Niet dat ik dat nog kan met mijn COPD, maar u begrijpt wat ik bedoel.

Het is vreemd: om merkbaar teloor te gaan. Althans in dit tempo. Mijn hoofd heeft de grootst mogelijke moeite om te accepteren wat het lichaam niet meer kan. Het hoofd maakt vaak plannen die het lijf niet meer uit kan voeren. Om maar een voorbeeld te noemen: vandaag met een kat naar de dierenarts geweest, aansluitend een paar boodschappen gedaan en wat schilderijtjes bij een vriendin naar binnen gebracht: vier uur in coma gelegen op de bank. Nog niet zo lang geleden kon ik ongeveer hetzelfde doen en daarna nog twaalf uur werken.

Mijn weerbaarheid vergeleek ik weleens met de Berlijnse Muur. Onverwoestbaar en ondoordringbaar. Ik doe dat nu nog wel eens, maar dan met de muur van ná 9 november 1989. Afgebrokkeld, onbewaakt en vooral slechts een herinnering aan onverwoestbaarheid. (Ik hoef hier toch geen disclaimer bij te zetten dat ik met deze vergelijking geenszins bedoel dat ik wil dat de Berlijnse Muur wordt hersteld? Nee toch?). Dit hangt overigens samen met mijn verminderde aanwezigheid op sociale media. Het wordt daar steeds lelijker en ik kan daar steeds slechter tegen.

Maar goed.

Mijn oudste dochter, Natasja, gaat met me mee. Daar ben ik blij om. Bij vervelend nieuws sla ik niet altijd alle informatie op en dan is het fijn om haar erbij te hebben. Bovendien is ze slimmer dan ik en kan zij vragen stellen die bij mij niet zouden opkomen. Daarnaast is het ook gewoon gezellig. Haar nabijheid brengt me altijd enige rust. Rust die ik maar wat goed kan gebruiken. Vooral in die kop van me.

Wat dat betreft ben ik een enorme bofkont.

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.
vadertje.backme.org

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.