We gingen het vieren

Goed nieuws: ik kan weer gewoon aan kanker doodgaan.

Lezers die mijn, inmiddels vierjarige, reis door Kankerland hebben gevolgd (aka: de Kiezelkronieken) weten dat er vorige jaar een medische fatwa over mij is uitgesproken via de longarts in het AUMC. Niet vanwege kanker, maar vanwege vergevorderde COPD. De longfunctietest die toentertijd was afgenomen gaf aan dat er nog maar 24% van mijn longcapaciteit was overgebleven. “Onder de 30% wordt het leven echt niet meer leuk”, omschreef de longarts mijn toestand. Daaraan koppelde hij een levensverwachting van drie tot tien jaar. Onduidelijk was wanneer dat precies was ingegaan.

Dat was een aardige uppercut. Van leven tussen hoop en vrees bleef plotseling alleen de vrees over.

Mijn focus lag ineens niet meer op het halen van ‘vijf jaar zonder kanker’, wat mij boven de magische grens van vijftig procent overlevingskans zou tillen. In plaats daarvan moest ik me op de een of andere manier voorbereiden op een onverwacht overlijden door een andere aandoening. Dat was niet te doen.

Gisteren waren dochter Natasja en ik te laat voor een nieuwe longfunctietest. Die test wordt afgenomen in het ‘normale’ ziekenhuis en niet het ziekenhuis waar alle poliklinieken onderdak vinden. Dat is waar ik, behalve voor opnames, voor al mijn onderzoeken moet zijn. Het duurde even voordat we doorhadden dat de routebeschrijving naar de opgegeven afdeling niet bestond. Althans niet in het ‘poliziekenhuis’. Door de receptie werden we naar het aan de overkant van de weg liggende AUMC hoofdziekenhuis verwezen. “Kut, ik had dat moeten weten,” dacht ik niet hardop. Tien minuten waren we te laat. Er werd geen probleem van gemaakt.

Problemen waren er wel even bij de test zelf. De verpleger die de test moest afnemen had dit nog nooit bij een patiënt met een tracheostoma moeten doen. Het zorgde voor dusdanige verwarring dat hij vroeg of hij er een ervaren verpleegster bij mocht halen. Uiteraard vonden dochter Natasja en ik dat goed. Duh. Sinds korte tijd wordt er een nieuw koppelingssysteem voor het longfunctietestapparaat gebruikt dat zich volledig richt op het gebruik van de mond als toegang tot de longen. Het ronde, universele opzetstuk was vervangen voor een mondvriendelijk ovale vorm. Ongeschikt voor stomaluchthappers als ik. Gelukkig wist de ervaren verpleegster dat er nog een voorraadje ‘oude’ koppelsystemen ergens in de krochten van het hospitaal lagen. Zij stuurde de minder ervaren verpleger op speurtocht. Flauw grappend sloegen we ons door de tegenvallers. Uiteindelijk is het allemaal gelukt. Tot op de minuut leek het getimed.

Op de allerhoogste verdieping in het poliziekenhuis zit de longafdeling. Op eenzame hoogte. Als ooit de lift het begeeft, komt geen longpatiënt daar meer aan. Mensen die het aan hun longen hebben én last van hoogtevrees hebben, zal de weg naar de longafdeling de hel zijn. Niet alleen zit de longafdeling, zoals gezegd, op de hoogste verdieping, maar zijn de liften ook nog eens rondom van glas. We kwamen precies om twee uur terug op de longafdeling van het poliziekenhuis voor de om die tijd ingeplande afspraak met de longarts.

De longfunctietest wees uit dat ik van 24% naar 49% longcapaciteit was gestegen. Dit kan helemaal niet. COPD kan niet worden omgekeerd en de longcapaciteit kan alleen maar verslechteren. Een tijdje stabiel houden is daarbij het hoogst haalbare.

De enige verklaring die de longarts voor deze medische onwaarschijnlijkheid kon geven, was dat ik ten tijde van de vorige longfunctietest een longontsteking moet hebben gehad. Die kan voor een flinke afwijking zorgen in de uitslag. Dochter Natasja en ik waren compleet van de kaart geveegd. Van alle scenario’s was dit de enige die niet was langs gekomen. De longarts stelde mijn levensverwachting (voor wat betreft de COPD) bij naar tien tot twintig jaar. Vanaf nu (!)

Na het consult kwam de ontlading. Bij de liften, in het verlengde van de wachtkamer, vielen we elkaar in de armen. Tranen van blijdschap stonden we toe. “Ik kan nu weer gewoon aan kanker doodgaan. Met die zin moet ik mijn column beginnen,” zei ik tegen mijn dochter.

We gingen het vieren. Pannenkoeken in de Lage Vuursche.

Het werd een feestmaal om niet meer te vergeten.

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.
vadertje.backme.org

 

 

 

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.