Dag, lieve trouwe vriend

Ik had net de laatste woorden van mijn stukje ‘Salvatore‘ getypt. Toen werd ik door mijn ex Linda gebeld. Het was half negen ’s ochtends.

De buitendeur stond al sinds zeven uur open. Dat gebeurde wel vaker dat Ajax nog even een kleine wandeling maakte voordat ik hem ging voeren. Al moet ik daarbij zeggen dat hij dat al dagenlang niet meer had gedaan. Zijn oude botten stonden forse wandelingen niet meer toe. Hij was ook heel oud en behoorlijk ziek. Maar er leek hoop. Hij zat aan de medicatie en met ups en downs maakte hij minimale progressie. Gisteren had hij voor het eerst weer flink gegeten. Zoveel dat ik extra voer voor hem ben gaan bijhalen.

Linda moest huilen. Dochtertje Fleur (9) die naast haar zat ook. Ik wist het onmiddellijk en kon ook mijn tranen niet meer bedwingen. Linda was net door iemand van de dierenambulance gebeld. Ajax was volledig aan flarden gereden op de drukste weg in Hilversum. De weg waar hij nog nooit was geweest. En waar hij, bij volledig verstand, nooit naartoe zou gaan. Hij was als de dood voor auto’s. Het moet een vlotte dood zijn geweest. Ajax had een beresterk hart maar de rest van zijn lijf was zwak, wiebelig en teer geworden. Hij woog nog maar twee kilo. Ooit woog hij er zes.

Gisternacht om twee uur had ik nog een heel gesprek met hem. Zijn ‘nieuwe’ vaste plekje was op mijn slaapkamer. Op één meter van de plek waar hij was geboren. Twintig jaar geleden. Ik verwachtte dat hij in dat hoekje uiteindelijk ook zou sterven. Als ik naar bed ging, keek hij me altijd met grote ogen aan. Dan knikte ik, maakte wat minimale geluiden en meestal nog een kleine knuffel. Intens knuffelen deed hij niet. Dat was eng en vies. ‘Raak me niet aan, mensenkind’, kon ik makkelijk uit zijn blik lezen. Al maakte de leeftijd ook jou milder. Geef het maar toe.

Linda had ondertussen mijn oudste dochter Natasja op de hoogte gesteld. Voor ik het wist zat zij bij me op de koffie. Heel even afleiding. Ze is inmiddels weer weg en het verdriet raakt me weer recht in m’n bakkes. Ik ben zijn sporen al aan het uitwissen. Dekentjes weg, ouwe kartonnen dozen die door het hele huis stonden en die hij afwisselde als slaapplek, ook weg. Overal zit het vocht uit mijn ogen op.

Linda gaat Ajax vanmiddag ophalen. Ik heb inmiddels een gat in de tuin gegraven. Op de plek waar hij in de lente en zomer altijd dutjes deed. Dan kan ik af en toe nog tegen je aan lullen. Door het raam. Ik zal je niet meer zien, want je bent ‘niet toonbaar’ volgens de mensen van de dierenambulance. Mijn herinneringen aan jou laat ik niet besmeuren door een verminkt laatste beeld.

Wat hem heeft bezield om ergens tussen twee uur vannacht en zes uur vanochtend toch uit wandelen te gaan, kan ik slechts naar gissen. Omdat dat zinloos is, probeer ik dat maar niet te doen. Maar God, wat had ik je een vrediger einde gegund, trouwe vriend. Ik ga je ongelooflijk missen.

Dag lieve, trouwe vriend. Ajax 2004 – 2024

 

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.