Salvatore

Mijn lichaam is de afgelopen jaren behoorlijk verminkt door derden. Er zit een gat in mijn keel en mijn rechterborstspier is ‘omgeklapt’ om het weggesneden, door kanker aangetaste vlees in mijn nek te vervangen. Daardoor zit er bijna rechtstreeks op mijn ribbenkast een litteken dat lijkt op een vishaak waar Jaws aan opgehangen zou kunnen worden. Op mijn buik zijn nog duidelijk de sporen zichtbaar van een PEG (tunneltje naar de maag voor sondevoeding) en een liesbreukoperatie. Een litteken op mijn rechterpols herinnert mij dagelijks aan een slagaderlijke bloeding dankzij een val door een ruit. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik verafschuw de vervormingen, maar besef tegelijkertijd dat de meeste levensreddend zijn geweest.

Hoogste tijd om daar iets tegenover te stellen.

Tussen de vijfendertig en veertig jaar geleden heb ik los van elkaar meerdere tatoeages laten zetten. Het begon met de naam van een geliefde op mijn linkerschouder. Daarna een tweede geliefde die eiste dat de vorige werd doorgestreept. Daarna een mislukte roos over alle namen door een dronken Molukker. Daarna een Harley-Davidson logo op mijn linkerborst. Een hondenkop op mijn rechterschouder (van een uit het asiel gehaalde bouvier) die ook mislukte. Daaroverheen een halfslachtige poging er nog iets van te maken (een soort van tribal/keltisch-achtig motiefje) door een Canadees in de tattooshop Hanky Panky te Amsterdam.

Daarna was het gedaan met mijn interesse voor tatoeages. Tot na mijn laatste operatie, bijna vier jaar geleden. Al vrij snel had ik voor mezelf uitgemaakt dat ik iets moest doen met dat afschuwelijke gat in mijn keel. Er moest verontwaardiging aan worden toegevoegd. Dat gat moest meer worden dan een attractie voor nieuwsgierigen. Een tattoo lag voor de hand. Maar wat? Die vraag heeft me lang beziggehouden. En, zoals zo vaak, kom je dan weer uit bij je eerste gedachte. En die was aan La Linea. Een briljant getekend figuurtje die bij voortduring verontwaardigd is over alles wat hij op ‘zijn’ lijn aan obstakels tegenkomt. De druktemaker pur sang. Begin jaren ’70 kwam hij op televisie en ik was gelijk verkocht.

En zo kwam ik bij Salvatore terecht.

Zijn eerste werkdag bij een Hilversumse tattooshop. Hij stond samen met manusje van alles Kim bij de balie. Twee aparte werelden. Alles aan Kim was zwart: haar haar, haar trui, haar broek en  haar schoenen. Ze was klein, slank en introvert. Ze was van twee kanten beschoten met een buks waarvan in elke wang een kogeltje was blijven steken – het kunnen ook piercings zijn geweest. Hij was enorm, alle kanten op. Een Engels sprekende Italiaan die dé incarnatie was van Luciano Pavarotti en een Japanse sumoworstelaar. Hij sprak Engels zoals Italianen Engels praten in maffiafilms. Hij praatte aan één stuk door. Ik mocht hem onmiddellijk. We dronken koffie en ik vroeg hem of hij beledigd zou zijn als ik zei dat hij op Pavarotti leek. Het tegendeel was het geval. Hij was verrukt en vertelde me dat hij hem ooit tegen het lijf was gelopen ergens aan een strand. Hij had een vis gevangen en liep met de vis uit zee tegen Pavarotti op. Pavarotti was onder de indruk van de vis en nodigde hem uit om de vis bij hem thuis op te komen eten. Salvatore straalt als hij het vertelt. Met trots zegt hij erachteraan dat hij daarna een goede vriendschap heeft opgebouwd met de vrouw van Pavarotti.

Salvatore was ook fan van La Linea en praatte honderduit. Moeiteloos van het ene naar het andere onderwerp. Van zijn tatoeages – hij was ermee bedekt – waarvan hij een groot deel in Japan had laten doen (hij heeft zich die kunst ook eigen gemaakt) tot de meesterwerken die hij van mijn mislukte tattoos kon maken. Hij was ‘ana profezzional, eh’ en trots op zijn werk. Uitgebreid legde hij me uit dat de plek waar ik de tatoeage wilde hebben onmogelijk was. “The ink will go blob” en hij maakte met twee handen een druipend gebaar. “No muscles there” en wees op het gebied rond mijn tracheostoma. “Ink will go green” voegde hij eraan toe.

We vonden een nieuw plekje. Oordeel zelf.

Disclaimer: Lees gratis, doneer vrijwillig.
vadertje.backme.org

Menno Voorwinde

Door schade en schande wijs geworden. Eigenwijze donder. Twijfelt aan alles in de wetenschap dat wijsheid begint bij twijfel.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.